October 17th, 2012

Het is verdomd irritant werk, die schilderijen van Mary Heilmann. Zo kinderachtig geschilderd, zo makkelijk allemaal. Ik wil het zo graag slecht vinden, maar dat lukt me niet. Ze staat daar een beetje nonchalant lachend aan de rand van de geschiedenis van de moderne kunst. Vanaf de zijlijn kijkt ze ernaar en zegt tegen de hard ploeterende strenge Mondriaan, Judd, De Kooning en Rothko dat ze niet zo moeilijk moeten doen. Klieder gewoon wat met wat vrolijke kleurtjes en laat de verf het werk doen. Tegen Pollock zegt ze dat hij echt niet zoveel spetters nodig heeft, dat een paar goed gemikte druipers voldoende zijn. De Kooning houdt ze voor dat zoveel vorm en expressie echt niet nodig zijn, met iets minder gaat het ook. Malevich, niet zo somber jongen. Rietveld, geniet een beetje, er zijn ook nog andere kleuren dan rood, geel en blauw. In de tijd dat de Amerikaanse expressionisten hele grote doeken beginnen te maken houdt ze het bescheiden. Het hoeft allemaal niet zo groot jongens, dat is zo overdreven.
lees verder op www.zwartgoud.net

Did you like this? Share it:
September 26th, 2012
Fons Haagmans wordt volgend jaar vijfenzestig. Een van de bekendste hedendaagse kunstenaars van Limburg bereikt dan de pensioengerechtigde leeftijd. Of hij ook echt met pensioen gaat valt nog te bezien, want hij werkt nog steeds met onvertogen energie door aan zijn omvangrijke oeuvre.

Al vele jaren schildert hij in zijn bekende stijl aan thema’s die zijn omgeven met krachtige symboliek. Zijn oeuvre is vrij breed en bevat abstract werk, stillevens, landschappen en portretten. Hij schildert het liefst eenvoudige beelden die geladen zijn met allerlei waarden en emoties uit de volkscultuur. Eigenlijk worden het door zijn beeldkeuze en werkwijze allemaal iconen, logo’s. Hij is opgegroeid in de tijd van de pop-art, en zijn werk heeft wel overeenkomsten met de grootste pop-art kunstenaar, Andy Warhol. Net als Warhol schildert Haagmans iconen en beelden uit de alledaagse wereld die doordat ze uit die alledaagse wereld worden gelicht een heel specifieke lading krijgen.
lees verder op www.zwartgoud.net

Did you like this? Share it:
September 30th, 2011

“Meneer, weet u wat de betekenis van kleur is in dit schilderij?” Een klas middelbare scholieren loopt met een lijst vragen over de kunstwerken rond door het museum. Een meisje uit de klas stelt me deze vraag en wijst daarbij naar een schilderij van Robert Mangold. In de kunst is er geen weten en geen objectieve betekenis, dus die vraag kan ik niet voor haar beantwoorden. Maar dit soort vragen roepen de werken in de tentoonstelling Extended Drawing in het Bonnefantenmuseum wel op. Vier wereldberoemde Amerikaans kunstenaars onderzoeken met hun werk dat hier getoond wordt namelijk de fundamenten van de schilderkunst. Ze ontleden haar en bevragen afzonderlijke elementen als kleur, vorm, lijn, drager, materiaal, compositie en relatie tot de tentoonstellingsruimte. Ze doen dat ieder op hun eigen manier en vertellen zo samen een verhaal over de essentie van de schilderkunst. De tekening is hierbij prominent aanwezig, vandaar de titel van de tentoonstelling.
lees dit artikel verder op ZwartGoud >>>
Dit artikel heb ik geschreven voor de cultuurkritiek website ZwartGoud.

Did you like this? Share it:
July 13th, 2011
Op dit moment is in Schunck* de tentoonstelling “Een i treurend om een punt” te zien. Met de expo wil het Heerlense cultuurpaleis de mogelijkheden en onmogelijkheden van de schilderkunst bevragen. Het gaat over schilderkunst zelf en haar relatie met andere media. Krijn de Koning is één van de kunstenaars van wie een werk is opgenomen in de tentoonstelling. Zijn werk bevindt zich op het raakvlak tussen schilderkunst, sculptuur en architectuur. Als onderdeel van de langer lopende reeks Ruby Tuesday lezingen gaf hij er een voordracht over in Schunck*.
Krijn de Koning maakt abstracte architectonische sculpturen waarbij het schilderen van vormen en kleuren een grote rol speelt. Met zijn werken onderzoekt hij de ervaring van ruimte en kleur. Hij speelt met de illusie van ruimtelijkheid die tweedimensionale vormen kunnen oproepen door ze met driedimensionale elementen te combineren in zijn werken. Er ontstaat vaak een boeiend spel tussen de echte ruimtelijke elementen en de geschilderde elementen die een ruimtelijkheid oproepen. Een goed voorbeeld is het werk van hem dat in de tentoonstelling is opgenomen. Het bestaat uit een ruimtelijke sculptuur van blauwe balken, die tegen een muur staat en die op die muur doorloopt in een schildering van blauwe balken, zodat het lijkt alsof de sculptuur doorloopt in de muur, of dat de muurschildering doorloopt in de ruimte.

In de loop van de tijd zijn de werken van Krijn de Koning steeds groter geworden. Hij gaat een directere relatie aan met de ruimte waarin de werken zich bevinden. Veel van zijn latere kunst kun je bijna niet meer zien als sculpturen die in een ruimte staan, maar eerder als sculpturale en schilderkunstige ingrepen in bestaande ruimtes. Hij is dan op zoek naar een manier om een andere concentratie in de omgeving te creëren, om je deze met andere ogen te laten bekijken. Door vaak hevige contrasten in vorm en kleur aan te brengen legt hij nog eens extra de nadruk op de ruimtelijkheid ervan waarin hij zijn werk aanbrengt. Dit doet hij door kleurvlakken, nieuwe wanden, verdikkingen van bestaande wanden of andere architectonische bestanddelen toe te voegen aan de werkelijke ruimte. Door zijn vorm- en materiaalgebruik lijken zijn installaties vaak op maquettes, maar dan op schaal 1:1.
Kleur is een belangrijk onderdeel van zijn werk. Zijn kleuren contrasteren vaak hevig met de omgeving waarin zijn werken staan. Hierdoor ontstaat een inkadering en nadruk op het bestaande. Maar kleur heeft ook zijn eigen ruimtelijke kwaliteiten; kleur schept ruimte. De ruimtelijke beleving kan door kleur juist heel anders worden. Door niet alleen kleur op de aanwezige wanden aan te brengen maar ook nieuwe kleurige architectonische elementen te introduceren geeft hij de kleur ook een dikte, een massa. Kleur is op zich vrij abstract, maar door kleur een massa te geven wordt het tastbaarder. Het idee van kleur uit de schilderkunst neemt hij hier mee naar het sculpturale en zelfs het architectonische. Hij maakt de kleur zelf ruimtelijk.
Het beeld van een ruimte ontstaat door de tekening en de kleur. Voor de ervaring van de illusie van perspectief, van diepte, is het standpunt heel belangrijk. Eén stap naar links of naar rechts en de hele tekening, het hele beeld van de ruimte verandert. Dit is duidelijk bij architectuurfotografie, maar is ook essentieel bij het fotograferen en het ervaren van het werk van Krijn. Tijdens de lezing toont hij foto’s van zijn werk. Die zijn genomen vanuit een bepaald standpunt waarbij zijn concept het beste overkomt. Vanuit een ander standpunt ziet zijn werk er weer heel anders uit. Dit was goed zichtbaar op die momenten waarin hij meer dan één foto van een bepaald werk liet zien. Dan kon je goed zien hoe het met de interactie van de platheid en ruimtelijkheid in zijn werk zit. Om zijn werk goed te ervaren heb je beweging nodig. Je moet er langs en er doorheen kunnen lopen.
Zijn voordracht in Schunck* was sterk en overtuigend. Hij raakte een aantal interessante concepten aan. In zijn kleinere werken werkt het idee van de illusie van de ruimtelijkheid door de vermenging van 2D en 3D goed. Schilderen en sculptuur lopen dan op een boeiende wijze in elkaar door. Ook zijn gebruik van kleur draagt bij aan de verwarring die ontstaat bij het waarnemen van het beeld. Maar als zijn werken zo groot worden dat het architectuur wordt wordt het een heel ander verhaal. Dan is er geen sprake meer van illusie van ruimtelijkheid en gaat de kleur ook een heel andere rol spelen. Krijn creëert op dat moment zelf de ruimtes en dan gaat het ineens over de ruimtelijke kwaliteiten van zijn ruimtes. De kleur werkt dan niet meer alleen als contrastkleur maar is mede bepalend voor de ruimtelijke ervaring. Ook de waarde van de kleur voor de vermenging van 2D en 3D is er dan niet meer. Zijn kleurgebruik in deze architectonische werken is duidelijk minder sterk. Je ziet dan ook dat hij bij dit soort werken ook vaker geen kleur gebruikt. Als je dan gaat kijken naar de ruimtelijke kwaliteiten van de ruimtes die hij creëert, dan zijn die een stuk minder interessant dan die van zijn kleinere werken. Bij de eerste gaat het om architectonische kwaliteiten en bij de tweede om sculpturale kwaliteiten. Als maker van sculpturen weet hij te overtuigen, maar als maker van architectuur een stuk minder.
Meer informatie over Krijn de Koning vind je op zijn website.
Meer informatie over de tentoonstelling vind je op de website van Schunck*.
Dit artikel is geschreven voor de cultuurkritiek website ZwartGoud.

Did you like this? Share it:
May 1st, 2011
In de duo-tentoonstelling van Jeroen van Bergen (1979) en Rik Meijers (1963) in het Bonnefantenmuseum in Maastricht, worden we door twee zeer verschillende kunstenaars meegenomen naar de uithoeken van de menselijke geest. Van Bergen toont strakke architectonische sculpturen en Meijers morsige schilderijen van mensfiguren. In de contrasten tussen het werk van de beide in Maastricht werkende kunstenaars schuilt een verhaal over de overeenkomsten en verschillen tussen hen en daarmee ook een verhaal over de thema’s vernieuwing en concept uit moderne kunst van dit moment.
Als je de tentoonstelling binnenloopt zie je als eerste Jeroen van Bergens meest recente werk ‘toren compositie 003′. Het is een maquette van wit karton (de schaalverhouding 1:100) van een constellatie van vier organisch gevormde wolkenkrabbers. Het model doet denken aan de megalomane wolkenkrabbers die op dit moment verrijzen in rijke oliestaatjes als Dubai en Abu Dhabi. Naast dit model staan de houten kisten waar het model in opgeslagen kan worden. Bij andere werken worden de kisten als sokkel gebruikt. Door de kisten erbij te zetten en ze onderdeel te laten van de installatie lijkt het alsof de maquette net is uitgepakt of dadelijk meteen weer ingepakt wordt. Ook wordt er zo een spel gespeeld met het idee van gebouwen als beschermend omhulsel. De gebouwen waar de maquettes naar verwijzen beschermen de mensen, de kisten die naast de maquettes staan beschermen de maquettes tijdens opslag en transport en het geheel staat weer in een gebouw dat de installatie van maquettes en kisten beschermt.
In de zaal ernaast hangen werken van Rik Meijers. Ze houden het midden tussen schilderijen en collages. Naast verf en potlood gebruikt hij onder andere kurken van wijnflessen, dopjes van bierflesjes, veren, haren, vogelvoer en glasscherven. Met deze materialen ‘schildert’ hij veelal mensfiguren. Veel van die mensfiguren lijken een soort masker te dragen: medicijnmannen van oorspronkelijke natuurstammen. Flessendoppen en kurken worden gebruikt als versieringen op een manier waarop primitieve volken dat ook zouden doen. Het afval van alcoholconsumptie wordt gedragen als sieraad in de modderige, morsige portretten.

De tentoonstelling beslaat een hele vleugel van het museum. In de verschillende zalen zien we afwisselend werken van Van Bergen en Meijers. Ze tonen twee uitersten van het menselijk bestaan: de orde van de architectuur van Van Bergen en de chaos van de menselijke natuur in het werk van Meijers. De duo-tentoonstelling dreigt daarom uiteen te vallen in twee solo-tentoonstellingen die door elkaar gevlochten zijn. Maar naast de overduidelijke verschillen zijn er ook raakvlakken te vinden. Van Bergens vroege recht-hoekige koele werken worden in de loop van de tijd organische krottenwijken en stalagmieten. De chaotische figuren in het werk van Meijers worden veelal omgeven door een monochrome achtergrond die zorgt voor de nodige rust en organisatie. Er is nog iets van het iconische van zijn logo-schilderijen uit zijn academietijd te herkennen. In de orde van Van Bergen komt langzaam wat chaos en in de chaos van Meijers kun je orde en rust zien.
In moderne architectuur zit vaak een spanning tussen het esthetische, rationele ontwerp van de tekentafel en het echte, onberekenbare leven van de bewoners. In de menselijke natuur zit een spanning tussen de primitieve oerinstincten en de rationele ordening. Het mooie van de tentoonstelling in het Bonnefanten is dat de spanningen die in de kern van de werken van beide kunstenaars zitten, goed op elkaar aansluiten. Door de gemeenschappelijke kern van orde en chaos, ratio en intuïtie, natuur en cultuur leveren de werken samen een interessant beeld op. De mooiste momenten in de tentoonstelling zijn die waarin je werken van beide kunstenaars in je blikveld hebt. De architectuur en materiaalgebruik van de museumzalen speelt op die momenten ook mooi mee. De kunst van Meijers contrasteert sterk met de strakke witte museumzalen; de werken van Van Bergen zetten de kleuren en vormentaal van de museumzalen voort in allerlei variaties. Wanneer die verhoudingen bij elkaar komen ontstaat er binding in de tentoonstelling.

In tegenstelling tot de werken van Meijers is er bij Van Bergen een duidelijke ontwikkelingslijn te herkennen. Aan het werk van Meijers kun je niet goed zien of het vroeg of laat werk is. Hij is niet zo gebrand op het avant-garde ideaal van constante vernieuwing. Het werk van Van Bergen laat wel een duidelijke ontwikkeling zien. Hij is begonnen met een basiselement uit het Nederlands bouwbesluit (de minimum afmetingen van een toilet) waar hij op grote schaal (1:1, 1:2, 1:10) variaties op maakte. Door de grote schaalverhouding ogen veel van deze werken hoekig en abstract. Het zijn, plat gezegd, grote dozen met weinig geledingen. In zijn latere werken wordt de schaalverhouding steeds kleiner (1:50, 1:100, 1:1000) en ontstaan er meer mogelijkheden voor organische composities met veel geledingen. De schaal bepaalt dus in sterke mate het beeld en is dus een creatief middel voor Van Bergen geworden. Met zijn laatste werk zijn de bouwmodules een soort legoblokken geworden waar hij van alles mee kan bouwen. De vraag is dan ook wat hij nu van zijn bouwmodules gaat bouwen. Zijn werk is erg conceptueel. Hij creëert mooie poëtische beelden vanuit zijn concept, maar het idee van de bouwmodules die op verschillende schalen ingezet kunnen worden om allerlei architectonische ideeën te becommentariëren, dreigt soms de overhand op de uiteindelijke beelden te krijgen.
De toekomstige ontwikkeling van het werk van Meijers lijkt minder vragen op te werpen. Hij werkt minder conceptueel, meer vanuit de onderbuik. Hij put inspiratie uit kunst van outsiders, kunstenaars die zich niks aan trekken van de gewoonten in de kunstwereld. Omdat hij zelf academisch geschoold is en ook veel exposeert is hij zelf geen outsider te noemen, maar hij heeft wel bewondering voor hun manier van werken. Zijn ontwikkeling zit in zijn ervaring met zijn materiaal die tot meer verdieping moet leiden. Ook hier raken de beide kunstenaars elkaar. Want ook in het werk van Van Bergen kun je ontwikkeling door de ervaring met zijn materiaal herkennen. Je ziet de ontwikkeling in de materiaalbeheersing. Zijn werken worden steeds perfecter. Het proces van het maken wordt steeds onzichtbaarder en daarmee komt het conceptuele aspect van het werk meer op de voorgrond.
Het werk van beide kunstenaars ligt ver uit elkaar, maar ze houden zich ook met hetzelfde klassieke thema van orde en chaos bezig. Beiden weten ze dat teveel orde saai en teveel chaos onleesbaar wordt. Ook functioneren ze beiden in dezelfde kunstwereld. Door de verschillende visies op de verschillende thema’s uit de kunst met elkaar te confronteren, krijgen we niet alleen een helder beeld van deze twee kunstenaars maar worden ook deze thema’s zelf op scherp gezet. Beide kunstenaars komen uit de verf door de confrontatie.
Jeroen van Bergen en Rik Meijers (Bonnefantenmuseum, Maastricht, t/m 3 juli 2011)
Dit artikel is geschreven voor de cultuurkritiek website ZwartGoud

Did you like this? Share it:
March 3rd, 2011
Zondag 27 februari opende in de BenC Gallery in Maastricht een tentoonstelling met werk van Kim Zwarts. Deze expositie toont voor het eerst een serie foto’s die hij van 2009 tot en met 2011 maakte tijdens zijn reizen naar de Verenigde Staten en daarom de titel ‘US.2009/2011′ kreeg.
Kim Zwarts (Maastricht, 1955) kreeg zijn opleiding aan de Academie voor Beeldende Kunsten in Maastricht. Tegenwoordig is hij een internationaal gevestigde naam op het gebied van architectuur-fotografie. Hij fotografeert onder andere voor internationale grootheden als Morphosis (VS), maar ook voor Limburgse architecten als Wiel Arets, Jo Janssen en Bruls en co (BenC Gallery is een initiatief van architectenbureau Bruls en Co). Hij heeft meegewerkt aan boeken over architectuur, waaronder het boek over de Mexicaanse architect Luis Barragán, ‘The Eye Embodied’ (2007), waarvoor hij het complete oeuvre van de architect fotografeerde.
Misschien minder bekend is zijn autonome werk, zoals de serie ‘Palos Verdes’ (2003-2009) over een woekerende boomsoort die hij in Californië fotografeerde. Zwarts beperkt zich dus niet alleen tot gebouwen. Hij houdt zich ook bezig met de natuur, het landschap en de bebouwde omgeving. Hij noemt zichzelf dan ook architectuur- en landschapsfotograaf.
De manier waarop hij het natuurlijke en stedelijke landschap combineert maakt de serie ‘US.2009/2011′ erg interessant. Hij maakte ze tijdens een aantal recente reizen naar de Verenigde Staten. Zwarts is al jaren gefascineerd door dat land en reist er al bijna dertig jaar veelvuldig heen voor opdrachten en voor zijn autonome werk. ‘US.2009/2011′ is een terugblik op die periode. Voor die terugblik maakte hij geen overzicht van reeds gemaakte foto’s maar een nieuwe serie. Hierin onderzoekt hij hoe zijn reizen naar de VS zijn fotografie hebben beïnvloed.
De serie bestaat uit foto’s van stedelijke omgevingen (Los Angeles en Las Vegas), van natuurlijke omgevingen (stranden en bossen) en foto’s waar zowel het stedelijke als het natuurlijke op voorkomen. Hij lijkt de beide landschappen gelijk te behandelen. Als ze naast elkaar hangen gaan de stedelijke gebieden een dialoog aan met de natuurlijke; ze vertellen ons dat er in beide elementen eenzelfde groei, ontwikkeling, structuur en schoonheid zit.

Las Vegas (foto: Kim Zwarts)
De foto’s van Kim Zwarts hebben een bijna virtuele, onechte, bevroren kwaliteit. Ze zijn geen afbeelding van de realiteit, maar scheppen hun eigen realiteit. Ze stijgen uit boven wat er afgebeeld wordt, waarbij het gaat om artistieke elementen als compositie, kleur en ritme. Door het veelal ontbreken van harde schaduwen en doordat de beelden van voor tot achteren scherp zijn, hebben ze een platheid die meer aan schilderijen dan aan foto’s doen denken. Herinneringen aan de verstilde beelden van de schilder Edward Hopper komen naar boven. Zwarts gebruikt de kleuren op reclameborden, bewegwijzering, en de waterkranen voor de brandweer, zoals een schilder de kleuren op zijn palet gebruikt. Het gaat niet om de gebouwen die op de foto’s staan. Die zijn ondergeschikt aan de compositie die Zwarts ermee wil creëren. De kleuren die hij vindt in de omgeving zet hij in om de compositie tot leven te brengen. Net als goede schilders maakt hij van het alledaagse iets monumentaals.
Hoewel Zwarts vaak conceptueel te werk gaat, zijn zijn beelden dat niet: je hoeft geen concept te lezen om de foto’s te waarderen. Hij gebruikt het concept op een goede manier: als creatieve kracht binnen het werk en niet om de kijker lastig te vallen of ontbrekende, beeldende kwaliteit te verdoezelen. Het is gewoon heel goede bééldende kunst en dat is een welkome afwisseling op de vaak met concepten en teksten omkleedde tentoonstellingen die je tegenwoordig vaak ziet.
Die beeldende kwaliteiten komen voor een deel voort uit de werkwijze die Zwarts hanteert. Hij maakt de meeste foto’s vroeg in de ochtend, wanneer er nog geen mensen op straat zijn en het licht gefilterd en diffuus is. Dit zorgt ervoor dat alle onderdelen van het beeld evenveel aandacht krijgen. De luchten hebben vaak dezelfde kleur als de gebouwen. De scherpte van de beelden en de strakke rechte lijnen weet hij te bereiken door het gebruik van een grote technische camera.
De manier van afdrukken en presenteren zijn belangrijk voor de ervaring van de foto’s. Veel van de beelden uit de tentoonstelling zijn ook op internet te vinden, maar de meerwaarde van het daadwerkelijk kunnen zien van de beelden in de galerie, maakt een bezoek aan de tentoonstelling meer dan waard. Vooral de grote afdrukken zonder spiegelend glas zijn zeer indrukwekkend. Wat opvalt is dat de beelden er heel actueel en modern uitzien.
Kim Zwarts gaat al een tijdje mee. Aan de frisheid van dit werk kun je zien dat hij een kunstenaar is die zich blijft ontwikkelen en vernieuwen.
De tentoonstelling met werk van Kim Zwarts is te zien in BenC Gallery, Alexander Battalaan 51, Maastricht t/m 15 april 2011
Meer info over Kim Zwarts
Meer info over Brulsenco / BenC Gallery
Dit artikel is geschreven voor de cultuurkritische website Zwart Goud

Did you like this? Share it: