Het is verdomd irritant werk, die schilderijen van Mary Heilmann. Zo kinderachtig geschilderd, zo makkelijk allemaal. Ik wil het zo graag slecht vinden, maar dat lukt me niet. Ze staat daar een beetje nonchalant lachend aan de rand van de geschiedenis van de moderne kunst. Vanaf de zijlijn kijkt ze ernaar en zegt tegen de hard ploeterende strenge Mondriaan, Judd, De Kooning en Rothko dat ze niet zo moeilijk moeten doen. Klieder gewoon wat met wat vrolijke kleurtjes en laat de verf het werk doen. Tegen Pollock zegt ze dat hij echt niet zoveel spetters nodig heeft, dat een paar goed gemikte druipers voldoende zijn. De Kooning houdt ze voor dat zoveel vorm en expressie echt niet nodig zijn, met iets minder gaat het ook. Malevich, niet zo somber jongen. Rietveld, geniet een beetje, er zijn ook nog andere kleuren dan rood, geel en blauw. In de tijd dat de Amerikaanse expressionisten hele grote doeken beginnen te maken houdt ze het bescheiden. Het hoeft allemaal niet zo groot jongens, dat is zo overdreven.
Binnenkort organiseert het Museum Land van Valkenburg een museumshopweekend. Hiervoor ontwierp ik de posters en uitnodigingen. Voor meer informatie zie www.museumlandvanvalkenburg.nl
De museumshop van het museum is overigens ook door mij ontworpen: zie hier en hier
“Meneer, weet u wat de betekenis van kleur is in dit schilderij?” Een klas middelbare scholieren loopt met een lijst vragen over de kunstwerken rond door het museum. Een meisje uit de klas stelt me deze vraag en wijst daarbij naar een schilderij van Robert Mangold. In de kunst is er geen weten en geen objectieve betekenis, dus die vraag kan ik niet voor haar beantwoorden. Maar dit soort vragen roepen de werken in de tentoonstelling Extended Drawing in het Bonnefantenmuseum wel op. Vier wereldberoemde Amerikaans kunstenaars onderzoeken met hun werk dat hier getoond wordt namelijk de fundamenten van de schilderkunst. Ze ontleden haar en bevragen afzonderlijke elementen als kleur, vorm, lijn, drager, materiaal, compositie en relatie tot de tentoonstellingsruimte. Ze doen dat ieder op hun eigen manier en vertellen zo samen een verhaal over de essentie van de schilderkunst. De tekening is hierbij prominent aanwezig, vandaar de titel van de tentoonstelling.
Richard Serra is famous for his huge abstract walk-in Cortensteel sculptures. In these works he creates a new, distorted sensation of space. His ‘drawings’, as he calls them, are not so well known. They consist of canvasses covered with a black tar-like paint that he cuts into large rectangular shapes. He determines their size and shape according to the space they occupy and then fixes them directly on the wall. He preferably covers the canvasses with the black paintstick in the space they are going to be exhibited. This is a tedious and painstaking work, but is allows him to get a feeling for the space while he is working on the pieces. With these black canvasses he interacts with the space, changing its spatial composition and experience. He draws in the space with his black shapes.
Some of his works are now [18.09.11 - 15.01.12] on display at the Bonnefanten museum in Maastricht together with works from Soll Lewitt, Robert Mangold and Bruce Nauman in an exhibition called ‘Extended Drawing’. My review of the exhibition will be available later on ZwartGoud.
In de serie leuke, bijzondere en/of mooie kleine projecten uit de ArchiNed inbox, dit keer het Guesthouse Belvédère 2.0 ontworpen door Maurer United Architects voor de tentoonstelling Out of Storage in Maastricht.
Wat
Guesthouse Belvédère 2.0 is een tijdelijk paviljoen dat volledig bestaat uit steigerplanken. Het paviljoen is opgebouwd uit drie kleine archetype huisvormen die in een stervorm tegen elkaar zijn gezet. Van buiten is Guesthouse Belvédère 2.0 een strak sculpturaal volume, van binnen is het een spel van constructieve ribben.
Het paviljoen is vernoemd naar het ambitieuze stadsontwikkelingsproject Belvédère in Maastricht. In navolging van de onlangs afgeronde transformatie van het fabrieksterrein Céramique wil de gemeente ook het terrein van de voormalige aardewerkfabriek Sfinx veranderen in een woon- en kantorenwijk. De sloopwerkzaamheden zijn al uitgevoerd maar door de economische crisis zal het masterplan voorlopig niet uitgevoerd worden.
Waar
Het paviljoen staat op de binnenplaats van de Timmerfabriek gedurende de tentoonstelling Out of Storage die nog tot 18 december 2011 te zien is. De Timmerfabriek uit 1905 moet het culturele hart van de Belvédère wijk gaan worden. Het pand staat sinds 1996 op de Rijksmonumentenlijst en in afwachting van verdere plannen is het casco onlangs verbouwd zodat het onderdak kan bieden aan wisselende culturele evenementen.
Waarom
Het is niet de eerste keer dat Maurer United Architects een tijdelijk paviljoen ontwerpt. Helemaal in lijn met hun voorliefde voor concepten uit de hip-hop wereld is dit project is een re-mix van twee eerdere soortgelijke projecten: het Guesthouse Belvédère, een folly uit 2007, en de Boerenwereldkeuken, een tijdelijk restaurant uit 2003.
Van 18 augustus tot 4 september zal het paviljoen dienst doen als pop-up restaurant voor REcentre. REcentre is een non-profit organisatie die zich inzet voor duurzaam design in de Euregio Maas-Rijn (Luik, Aken, Nederlands en Belgisch Limburg). In het tijdelijk restaurant zullen gerechten geserveerd worden die bereid zijn met locale producten. Het restaurant biedt plaats aan 20 gasten die aan twee picknick-achtige tafels onder andere kunnen genieten van het polyculturele bier ‘Loorberger’ dat Maurer United Architects speciaal voor deze gelegenheid liet brouwen.
Guesthouse Belvédère 2.0 staat op het terrein van de Timmerfabriek, Boschstraat 7–9, Maastricht tot 18 december 2011.
tekst & foto’s: Dennis Hambeukers
Dit artikel is geschreven voor architectuur website Archined.
Above are some photographs of the interior design project of the design of the museumshop for the Museum Valkenburg. You can find the cupboard I designed for the Museumshop here.
Above is the book I designed for the Museum Land van Valkenburg. It’s a catalogue to accompany an exhibition of Limburg artist Guillaume Stassen. Check out the exhibition at the Museum Land van Valkenburg from the 29th of May. The catalogue is sold at the Museum for 10 euro in the museumshop. Below is my poster design.
The new website I designed and built for the Museum Land van Valkenburg: www.museumlandvanvalkenburg.nl is now online. The site runs on Wordpress for which I desinged and programmed a custom theme.
Here’s an image of the cupboard I designed for the Museumshop of the Museum Valkenburg. The design is part of the interior design of the Museumshop. The cupboard is designed to hold the books and other articles they sell in the museumshop.
In de duo-tentoonstelling van Jeroen van Bergen (1979) en Rik Meijers (1963) in het Bonnefantenmuseum in Maastricht, worden we door twee zeer verschillende kunstenaars meegenomen naar de uithoeken van de menselijke geest. Van Bergen toont strakke architectonische sculpturen en Meijers morsige schilderijen van mensfiguren. In de contrasten tussen het werk van de beide in Maastricht werkende kunstenaars schuilt een verhaal over de overeenkomsten en verschillen tussen hen en daarmee ook een verhaal over de thema’s vernieuwing en concept uit moderne kunst van dit moment.
Als je de tentoonstelling binnenloopt zie je als eerste Jeroen van Bergens meest recente werk ‘toren compositie 003′. Het is een maquette van wit karton (de schaalverhouding 1:100) van een constellatie van vier organisch gevormde wolkenkrabbers. Het model doet denken aan de megalomane wolkenkrabbers die op dit moment verrijzen in rijke oliestaatjes als Dubai en Abu Dhabi. Naast dit model staan de houten kisten waar het model in opgeslagen kan worden. Bij andere werken worden de kisten als sokkel gebruikt. Door de kisten erbij te zetten en ze onderdeel te laten van de installatie lijkt het alsof de maquette net is uitgepakt of dadelijk meteen weer ingepakt wordt. Ook wordt er zo een spel gespeeld met het idee van gebouwen als beschermend omhulsel. De gebouwen waar de maquettes naar verwijzen beschermen de mensen, de kisten die naast de maquettes staan beschermen de maquettes tijdens opslag en transport en het geheel staat weer in een gebouw dat de installatie van maquettes en kisten beschermt.
In de zaal ernaast hangen werken van Rik Meijers. Ze houden het midden tussen schilderijen en collages. Naast verf en potlood gebruikt hij onder andere kurken van wijnflessen, dopjes van bierflesjes, veren, haren, vogelvoer en glasscherven. Met deze materialen ‘schildert’ hij veelal mensfiguren. Veel van die mensfiguren lijken een soort masker te dragen: medicijnmannen van oorspronkelijke natuurstammen. Flessendoppen en kurken worden gebruikt als versieringen op een manier waarop primitieve volken dat ook zouden doen. Het afval van alcoholconsumptie wordt gedragen als sieraad in de modderige, morsige portretten.
De tentoonstelling beslaat een hele vleugel van het museum. In de verschillende zalen zien we afwisselend werken van Van Bergen en Meijers. Ze tonen twee uitersten van het menselijk bestaan: de orde van de architectuur van Van Bergen en de chaos van de menselijke natuur in het werk van Meijers. De duo-tentoonstelling dreigt daarom uiteen te vallen in twee solo-tentoonstellingen die door elkaar gevlochten zijn. Maar naast de overduidelijke verschillen zijn er ook raakvlakken te vinden. Van Bergens vroege recht-hoekige koele werken worden in de loop van de tijd organische krottenwijken en stalagmieten. De chaotische figuren in het werk van Meijers worden veelal omgeven door een monochrome achtergrond die zorgt voor de nodige rust en organisatie. Er is nog iets van het iconische van zijn logo-schilderijen uit zijn academietijd te herkennen. In de orde van Van Bergen komt langzaam wat chaos en in de chaos van Meijers kun je orde en rust zien.
In moderne architectuur zit vaak een spanning tussen het esthetische, rationele ontwerp van de tekentafel en het echte, onberekenbare leven van de bewoners. In de menselijke natuur zit een spanning tussen de primitieve oerinstincten en de rationele ordening. Het mooie van de tentoonstelling in het Bonnefanten is dat de spanningen die in de kern van de werken van beide kunstenaars zitten, goed op elkaar aansluiten. Door de gemeenschappelijke kern van orde en chaos, ratio en intuïtie, natuur en cultuur leveren de werken samen een interessant beeld op. De mooiste momenten in de tentoonstelling zijn die waarin je werken van beide kunstenaars in je blikveld hebt. De architectuur en materiaalgebruik van de museumzalen speelt op die momenten ook mooi mee. De kunst van Meijers contrasteert sterk met de strakke witte museumzalen; de werken van Van Bergen zetten de kleuren en vormentaal van de museumzalen voort in allerlei variaties. Wanneer die verhoudingen bij elkaar komen ontstaat er binding in de tentoonstelling.
In tegenstelling tot de werken van Meijers is er bij Van Bergen een duidelijke ontwikkelingslijn te herkennen. Aan het werk van Meijers kun je niet goed zien of het vroeg of laat werk is. Hij is niet zo gebrand op het avant-garde ideaal van constante vernieuwing. Het werk van Van Bergen laat wel een duidelijke ontwikkeling zien. Hij is begonnen met een basiselement uit het Nederlands bouwbesluit (de minimum afmetingen van een toilet) waar hij op grote schaal (1:1, 1:2, 1:10) variaties op maakte. Door de grote schaalverhouding ogen veel van deze werken hoekig en abstract. Het zijn, plat gezegd, grote dozen met weinig geledingen. In zijn latere werken wordt de schaalverhouding steeds kleiner (1:50, 1:100, 1:1000) en ontstaan er meer mogelijkheden voor organische composities met veel geledingen. De schaal bepaalt dus in sterke mate het beeld en is dus een creatief middel voor Van Bergen geworden. Met zijn laatste werk zijn de bouwmodules een soort legoblokken geworden waar hij van alles mee kan bouwen. De vraag is dan ook wat hij nu van zijn bouwmodules gaat bouwen. Zijn werk is erg conceptueel. Hij creëert mooie poëtische beelden vanuit zijn concept, maar het idee van de bouwmodules die op verschillende schalen ingezet kunnen worden om allerlei architectonische ideeën te becommentariëren, dreigt soms de overhand op de uiteindelijke beelden te krijgen.
De toekomstige ontwikkeling van het werk van Meijers lijkt minder vragen op te werpen. Hij werkt minder conceptueel, meer vanuit de onderbuik. Hij put inspiratie uit kunst van outsiders, kunstenaars die zich niks aan trekken van de gewoonten in de kunstwereld. Omdat hij zelf academisch geschoold is en ook veel exposeert is hij zelf geen outsider te noemen, maar hij heeft wel bewondering voor hun manier van werken. Zijn ontwikkeling zit in zijn ervaring met zijn materiaal die tot meer verdieping moet leiden. Ook hier raken de beide kunstenaars elkaar. Want ook in het werk van Van Bergen kun je ontwikkeling door de ervaring met zijn materiaal herkennen. Je ziet de ontwikkeling in de materiaalbeheersing. Zijn werken worden steeds perfecter. Het proces van het maken wordt steeds onzichtbaarder en daarmee komt het conceptuele aspect van het werk meer op de voorgrond.
Het werk van beide kunstenaars ligt ver uit elkaar, maar ze houden zich ook met hetzelfde klassieke thema van orde en chaos bezig. Beiden weten ze dat teveel orde saai en teveel chaos onleesbaar wordt. Ook functioneren ze beiden in dezelfde kunstwereld. Door de verschillende visies op de verschillende thema’s uit de kunst met elkaar te confronteren, krijgen we niet alleen een helder beeld van deze twee kunstenaars maar worden ook deze thema’s zelf op scherp gezet. Beide kunstenaars komen uit de verf door de confrontatie.
Jeroen van Bergen en Rik Meijers (Bonnefantenmuseum, Maastricht, t/m 3 juli 2011)
Dit artikel is geschreven voor de cultuurkritiek website ZwartGoud
A one minute tour of this UN Studio building in Nijmegen. It’s not UN Studio’s best building, but you can see some of the love for complex spaces. UN Studio’s Ben van Berkel is a fan of 3D mathematical surfaces like the möbius strip and klein bottle. Apparently there wasn’t much room for spatial extravaganza in the Museum in Nijmegen, but he managed to create an interesting spatial constellation in the staircase. Mostly buildings are just boxes in boxes, but the place where the boxes meet sometimes leaves room for the creation of interesting spaces. Here the architect created a staircase of wood and concrete with various cuts, different widths and some interesting views. Another interesting aspect of the building is the position on the location. It’s located between a little park and the inner city of Nijmegen and has a square in front of it. The deep-ice-frosted-glass-and-steel box forms a nice transition between nature and city. The building has aspects of nature and city. The glass box bares references to a big block of glacier ice that got stuck, but it is also a piece of modern architecture on the edge of a old brick town. It’s futuristic and natural at the same time.
The wayfinding project I did for the Museum Land van Valkenburg is going to be published in a Chinese book that will be internationally distributed. The book will be titled “Wayfinding Designs Worldwide”. This book will include more than 100 excellent wayfinding/signage designs around the world, and will be divided into 9 parts: museum, school, restaurant/hotel, shop and exhibition, hospital/pharmacy, office, transport ,factory, and park wayfinding design systems.
Entry for the international design competition organised by the Guggenheim in New York and Google. The theme of the competition is Frank Lloyd Writght and the subject is to digitally design a shelter in the spirit of Frank Lloyd Writght’s teachings in Talesin. The prescibed technology is Google Sketchup.
Redesign of the reception area of the Museum. The interior is designed by using a powerful modern color scheme and a modern wayfinding design. The area lures the visitors into the museum and supplies them with informatino about the current exhibitions and how to navigate the museum. The color scheme helps to articulate the spatial structure of the space and communicates the strategic direction of the museum. Design of other spaces and communication are linked to this project: posters & main exhibition space.
19.01.2012 Presentatie van het jubilieumboek Bond Heemschut in Gouvernement met daarin 3 foto's van monumenten die ik maakte: Kopermolen Vaals, Klooster Partij en Abdij Mamelis