November 17th, 2011
Leegstand is een brandende kwestie. De organisatie van de Internationale Biënnale Leegstand en Herbestemming in Maastricht wil het daarom nadrukkelijk op de kaart zetten en mogelijke oplossingsrichtingen verkennen. Het programma bestond uit workshops, onderzoeksateliers, tentoonstellingen (die nog doorlopen tot eind december) en een congres. De biënnale ging donderdag 27 oktober van start met de opening van Firemen walk with us van Rietveld Landscape.

De installatie is een verdere uitwerking van de visie ‘leegstand en innovatie’ die het bureau presenteerde tijdens de architectuurbiënnale van Venetië in 2010. Hierin stelt het bureau leegstand voor als een kans voor de overheid om invulling te geven aan de ambitie om voorop te lopen in de wereld als het gaat om de kenniseconomie. Innovatie en creativiteit spelen hierin een sleutelrol en de creatieve sector kan een belangrijke bijdrage leveren. Creatieven hebben behoefte aan betaalbare en inspirerende werkruimte. Zij kunnen de leegstaande ruimte goed gebruiken. Door leegstand zo aan innovatie te koppelen roept Rietveld Landscape in eerste instantie de overheid op om de leegstaande overheidsgebouwen tijdelijk te laten gebruiken als laboratoria voor creatieve ondernemers. In het Nederlandse paviljoen in Venetië toonde het bureau schuimmodellen van alle leegstaande gebouwen in Nederland die eigendom zijn van de overheid.
Waar de ontwerpers met hun installatie in Venetië vooral de aandacht wilden vestigen op de hoeveelheid aan leegstand, gaat het bij de tentoonstelling in Maastricht om de obstakels die tijdelijk gebruik van leegstaande gebouwen in de weg staan. Een van de dingen waar je tegenaan loopt is de brandveiligheid. Er is een veelheid aan regels en eisen die het tijdelijk gebruik onmogelijk lijken te maken. Met Firemen walk with us willen ze laten zien dat in overleg met de betrokken partijen, in dit geval vooral de brandweer, meer mogelijk is dan je denkt.
De tentoonstelling bestaat uit een groot aantal emmers gevuld met brandbaar materiaal die in een grid staan opgesteld op de vloeren van het leegstaande Spinxgebouw in Maastricht. De bezoekers betreden het gebouw in groepen, onder begeleiding van een brandweerman, via het trappenhuis aan de zuidzijde. Op elke verdieping staat een brandweerman als suppoost naast een afrastering. Van achter die afrastering kijk je het 175 meter lange gebouw in en zie je oneindige rijen vuuremmers. Op de eerste twee verdiepingen branden alleen de achterste emmers. Op de bovenste verdiepingen branden ze bijna allemaal en lopen er brandweermannen rond die zo nu en dan nog een emmer aansteken. De route eindigt op het dak, waar een man, tegen de achtergrond van een prachtig uitzicht over de stad, een opsomming geeft van de hoeveelheid en locatie van de leegstand in Maastricht.
De ervaring van de installatie is heel sfeervol. Door de vuuremmers wordt de lege industriële ruimte getransformeerd in een mystieke setting voor een ongekend ritueel. De flakkerende vuren spelen een fascinerend spel met de structuur van de ruimte.
Op de flyer die voor aanvang van de bezichtiging wordt uitgedeeld valt te lezen dat een vuuremmer staat voor het oppervlak van een Spinxgebouw aan leegstand in Nederland. Als je eenmaal binnen bent lijkt dit alleen nog maar een alibi voor de keuze van het grote aantal emmers. Dan denk je niet meer aan leegstand, maar overheerst de bijzondere ruimtelijke ervaring. Het verhaal over de leegstand in Maastricht op het dak brengt je wel weer even terug bij het thema. Maar de frisse lucht en het prachtige panorama blijken aantrekkelijker dan de opsomming van de leegstaande gebouwen.
Als je ruimte genoeg hebt en het wat ruimer neemt met de regels kun je een heel gebouw transformeren in een kunstwerk. Met zijn artistieke visie geeft Rietveld Landscape een sprekend voorbeeld van anders denken over leegstand. De ontwerpers laten vooral de potentie van leegstand zien in de hoop dat dit inspireert en een andere manier van denken in gang zet. Door met vuur te spelen hebben ze in ieder geval het thema leegstand en het probleem van brandveiligheid onder de aandacht gebracht. Niet in de laatste plaats omdat de brandweer, na verontruste telefoontjes van omwonenden, tijdens de opening op donderdag in actie moest komen om het gebouw te ontruimen omdat er meer rook ontstond dan verwacht.
Mijn video registratie van de tentoonstelling vind je hier.
Deze recensie in geschreven voor ArchiNed.

Did you like this? Share it:
March 26th, 2011
De eerste schetsen uit 1988 voor het Maastrichtse stadsdeel Céramique tonen een Ramblas-achtige levendigheid. Tweeëntwintig jaar later, nu het laatste gebouw is opgeleverd en de wijk formeel voltooid is, wordt het stadsdeel door velen als saai ervaren. Club Céramique toont de dromen en de weerbarstige werkelijkheid.

In het kader van de manifestatie Club Céramique maakten Anuschka Blommers en Niels Schumm foto’s van bewoners in hun interieur, deze zijn in de openbare ruimte van de wijk te bezichtigen – foto Dennis Hambeukers
Op het voormalige terrein van de Maastrichtse aardewerkfabriek Société Céramique is een 23 hectare nieuw stadsdeel gerealiseerd op basis van een masterplan van de toen 38-jarige Jo Coenen. In de wijk vind je gebouwen van wereldberoemde architecten als Aldo Rossi, Álvaro Siza en Mario Botta naast gebouwen van Maastrichtse architecten als Wiel Arets, Jo Coenen, Jo Janssen en Arno Meijs. Céramique is een internationaal schoolvoorbeeld voor stedelijke vernieuwing, is een knap staaltje publiek-private samenwerking, heeft Maastricht op de architectuurkaart gezet, en trekt jaarlijks vele liefhebbers van architectuur en stedenbouw. Nu het laatste gebouw is opgeleverd en daarmee het stadsdeel formeel is voltooid, rijst de vraag wat de Céramique eigenlijk is. De toenmalige intenties van de ontwerpers botsen met de huidige realiteit. Of zoals een van de bewoners het verwoordde: “Je moet van Céramique niet iets proberen te maken wat het niet is.”
Het was de intentie van de ontwerpers om een mediterraan aandoende wijk te creëren en iets van het karakter van straten in het oude centrum op te roepen. Met hoogwaardige architectuur en stedenbouwkundige kwaliteit zou Céramique op een natuurlijke wijze aansluiting moeten vinden met de binnenstad. In de wijk zelf zijn winkels, culturele instellingen, een bibliotheek, cafés, supermarkten, een theater, kantoorgebouwen, appartementen en zelfs een restaurant met twee sterren gevestigd. Volgens de theorieën zijn alle ingrediënten aanwezig voor een bruisende woon-werk-winkel-culturele wijk met veel sociale interactie. De realiteit is echter dat het er erg rustig is, sommigen noemen het zelf saai. In tegenstelling tot de goede bedoelingen van de ontwerpers komt de wijk moeilijk tot leven. De slogan van woningverhuurder Vesteda voor Céramique is op dit moment dan ook ‘wonen in de luwte…’.
Hoe komt het dat Céramique maar niet tot leven komt? Heeft het met de samenstelling te maken – er wonen vooral bejaarden en kapitaalkrachtige hoogopgeleide dertigers? Zijn er voldoende onderlinge sociale contacten en activiteiten in de wijk? (Die blijken er nauwelijks te zijn.) En de hamvraag: staat het ontbreken van onderlinge sociale contacten en activiteiten de binding van de bewoners met de wijk in de weg? Ter gelegenheid van de voltooiing van de wijk, deed NAiM/Bureau Europa – zelf gevestigd in Céramique – onderzoek naar het sociale kapitaal van de wijk door zichzelf tijdelijk te transformeren tot clubhuis.
In ‘Club Céramique’ vinden tal van activiteiten plaats en maakt de bezoeker kennis met bewoners, de wijk en de verhalen. De bewoners van de wijk zijn door NAiM/Bureau Europa uitgenodigd om ideeën voor het clubhuis aan te dragen, ze worden ondervraagd naar hun beweegredenen om in de wijk te wonen, en worden op verschillende manieren geportretteerd. In Club Céramique vindt men ook achtergrondinformatie over het ontstaan van de wijk en gaan bewoners in gesprek met architecten van een aantal woongebouwen.
Tijdens een van die gesprekken – op locatie – ontmoetten de intenties en verwachtingen van de architect, in dit geval Jo Janssen, en de ervaring van de bewoners elkaar. De avond begon met een korte presentatie door de architect over de achterliggende ideeën en ontstaansgeschiedenis van het gebouw. Piazza Céramique is een van de recentere projecten in de wijk. In zijn ontwerp adresseert Janssen een aantal stedenbouwkundige kwesties die in de wijk spelen. Zo heeft hij geen gesloten bouwblok met een publieke binnentuin gemaakt, maar een openbaar plein dat door drie gebouwen begrensd wordt; Janssen ontwierp de twee appartementenblokken. Piazza Céramique oogt introvert en dit wordt versterkt door de atria die zich diep in de gebouwen bevinden en vanwaaruit de appartementen worden ontsloten. Janssen heeft met zijn ontwerp een eigen invulling aan het masterplan gegeven en heeft misschien wel het beste de genius loci van Céramique getroffen, meer een wijk waar mensen zich terug trekken dan bruisend en extrovert.
Al gauw bleek dat de architectonische fascinaties en concepten van de architect wel in het gebouw voelbaar zijn, maar dat de finesses daarvan buiten de belevingswereld van de bewoners vallen. Het gesprek ging al snel in de richting van de afwerking – in de klachten over de afwerking van het gebouw konden de bewoners en de architect elkaar wel vinden, maar de mogelijkheden voor de architect om hier iets aan te toen tijdens de bouw zijn in het huidige systeem beperkt – en de mogelijkheden voor sociale activiteiten en interactie. Het waren voornamelijk de oudere bewoners van Piazza Céramique die naar de bijeenkomst waren gekomen. Pogingen van hen om een sociale activiteit in de semi-publieke ruimten van het gebouw te organiseren, bleken te stranden op de tegenwerking van de andere bewoners en Vesteda, de eigenaar van het gebouw. De andere bewoners vinden het niet goed dat er vreemden in het gebouw komen en Vesteda wil niet dat het gebouw beschadigd raakt. De activiteiten in het tijdelijke clubhuis van NAiM/Bureau Europa lijken dus een uitkomst, maar of het een effect op langere termijn sorteert is afwachten.
Club Céramique bevraagt het effect van architectuur op de ontwikkeling van sociaal kapitaal. Architecten en stedenbouwkundigen kunnen van alles bedenken, maar het eindresultaat ontwikkelt zich uiteindelijk buiten hun invloedssfeer. De bruisende intenties in de eerste ontwerpen zijn in ieder geval nog niet gerealiseerd. Temidden van de vele loftuitingen op de stedenbouwkundige en architectonische kwaliteiten van Céramique, legt het clubhuis in ieder geval de vinger even op een zere plek.
De tentoonstelling ‘Club Céramique’ is georganiseerd door NAIM/Bureau Europa.
Deze recensie in geschreven voor ArchiNed.

Did you like this? Share it: