information – design / brand – architecture / color – space

July 9th, 2011

Juryrapport Gilbert de Bontridder Prijs 2011

category: theory
tags: ,

Juryrapport Gilbert de Bontridder Prijs 2011
Beste afgestudeerden,
Mijn naam is Dennis Hambeukers en ik wil namens mede-Gilbert de BontRidder Prijs juryleden Aline Oosting en Frederique Bergholtz, jullie danken voor jullie presentaties. Wat wij vorige week hebben gezien, of beter, wat jullie vorige week hebben getoond, was indrukwekkend in zijn non-spectaculariteit. Ik zal ook namens Aline en Frederique het juryrapport uitspreken, maar wil dit laten voorafgaan door de woorden die de schilder Daan van Golden ooit uitsprak bij het in ontvangstnemen van een prijs en deze luidden: KUNST IS GEEN WEDSTRIJD.
Vorige week hebben wij gedrieeen door de tentoonstellingen gelopen en hebben we een kunstenaar gezien die weet wat monumentaliteit is, maar ook de kunst verstaat van het ‘licht reizen’; een kunstenaar die techniek atechnisch bekijkt en potentieel ontdekt waar alleen een empatisch oog toe in staat is; een kunstenaar die de dingen wil laten vloeien, daar nu nog het halfduister voor kiest, maar die we graag nog eens tegenkom in het volle licht; een kunstenaar die de onverzettelijkheid van de dingen waarmee we ons in ons dagdagelijkse leven omringen naar zijn hand zet, en sterker, aan het dansen krijgt; een kunstenaar die, å la God is a DJ, stelt, man is a space!; een kunstenaar die snapt dat ontrafelen niet een kwestie is van het isoleren van onderdelen, maar gaat om het vieren van de complexiteit van hun verbindingen; een kunstenaar die weet dat de wezenlijke momenten in het leven zich in een oogwenk aan je openbaren, maar in de traagheid van de streek, de absorptie van verf in doek, het wikken en wegen van kleurenstellingen, misschien, opnieuw beleefd kunnen worden. Om er een paar te noemen. We moesten een keuze maken en daar lagen de volgende overwegingen aan ten grondslag.
Gilbert de Bontridder was een kunstenaar en docent aan de Academie voor beeldende kunsten in Maastricht die groot belang hechtte aan de theoretische kant van het kunstenaarschap. Naast de kunstenaar als beeldenproducent was voor hem een kunstenaar ook een denker. Zelf publiceerde en gaf hij lezingen over zijn theoretische overpeinzingen bij zijn beeldende werk.
Bij de jurering voor deze prijs hebben we dan ook naast de onmisbare beeldende kwaliteiten ook nadrukkelijk de denkende en conceptuele kracht van de kandidaten beoordeeld. Het concept ‘theorie’ is echter niet eenduidig. Iedere kunstenaar geeft zijn eigen invulling aan de conceptuele kant van zijn kunstenaarsschap. Tijdens de rondgang langs de kandidaten kwam de jury dan ook in aanraking met een aantal verschillende invullingen van het begrip ‘theorie’. Zo waren er studenten die intuitief werken en waar het concept bestaat uit het waarnemen, verwonderen en doen. Daarnaast waren er kandidaten die werken vanuit de materie en het beeld en waarbij het concept vooral in de uiteenzetting met de formele aspecten van hun medium besloten ligt. De derde groep hield er een uitgesproken theorie naast hun beeldende werk op na. Met name de samenwerking met de studenten van de faculteit Cultuurwetenschappen van de Universiteit Maastricht dit jaar heeft er volgens de jury voor gezorgd dat er veel aandacht is geweest voor theoretische reflectie en concept analyse.
Van een aantal kandidaten vond de jury dat de theorie nog te veel naast het beeldende werk staat. De grootste waarde van theorie voor de kunst ontstaat wanneer de theorie en de praktijk van het maken van beelden tot 1 geheel gesmeed worden. De winnaar van dit jaar is er volgens de jury het best in geslaagd de synergie van theorie en praktijk in te zetten om de kunst op een hoger niveau te brengen. De jury vindt dat in het werk van de winnaar de theorie het best als drijvende kracht werkt voor het beeldende werk. De winnaar geeft vooral blijk van de juiste attitude als het gaat om de inzet en waarde van theorie voor het werk.
Een ander punt dat de jury op is gevallen is het aantal en de kwaliteit van de verschillende samenwerkingen. Zowel tussen studenten onderling als van de studenten met kunstinstellingen buiten de academie zijn er een aantal projecten geweest die hun invloed hebben gehad op de ontwikkeling van het werk van de individuele studenten. De winnaar van dit jaar toont ons dan ook dat een goede theoretische basis ook een goede voedingsbodem is voor verschillende soorten van samenwerking en cross-mediale projecten.
Tijdens het juryberaad kwamen er twee namen boven drijven van kandidaten die het best blijk gaven van de capaciteiten om theorie en praktijk met elkaar op een zinvolle manier te integreren. Mede omdat deze twee kandidaten al eerder tot een vruchtbare samenwerking zijn gekomen, heeft de jury besloten dit jaar dat twee studenten de Gilbert de Bontridder prijs mogen delen.
We hebben gekozen voor: Chaim van Luit en Joep Vossebeld.
De installatie van Joep Vossebeld is geïnspireerd op de zogenaamde Zone: een onheilspellend, onbekend terrein uit de film Stalker van Andrej Tarkovski. In de ruimte van Joep is een still van deze film aan de muur nog de enige overgebleven getuige van de oorspronkelijke installatie die hij hier maakte. Een week voor de opening van de expositie heeft hij deze echter weer afgebroken – omdat het voor hem naar eigen zeggen inmiddels bekend terrein was. Hij was op zoek naar het onbekende. Hij verzamelde een grote lading aan objecten en materialen en assembleerde ze in een halfdonkere ruimte. Hun onderlinge samenhang, soms verassend vanzelfsprekend, dan weer dissonant, laat zich niet vatten in een eindig verhaal. In ‘de zone’ van Joep Vossebeld wordt geen boodschap uitgedragen maar er wordt een eigen vloeiend ritme der dingen ontwikkeld waarbij een continuerende zoektocht naar het ongewisse voelbaar is en de moedige houding dit tegemoet te treden. De combinatie van zijn rigoureuze houding ten opzichte van zijn eigen onderzoek, en zijn bijzonder poëtische hantering van materialen, texturen en structuren wekt bij ons grote nieuwsgierigheid. We zijn erg benieuwd naar zijn toekomstige werk.
Het werk van Chaim van Luit volgt een heel ander proces. In twee monumentale installaties en een video worden we geconfronteerd met zijn formele onderzoek naar oneindigheid. Zijn carrousel uit zwarte latten toont een pulserend spel van aan- en afwezigheid, van de binnen- en de buitenruimte, van licht en donker. In een tweede installatie staan witte latten tegen een muur die op de achterwand een gekleurd licht in de vorm van een driehoek reflecteren. Deze reflectie is ontstaan uit een consequent ritme van primaire en secundaire kleuren. Dit werk wil geen overrompelend spektakel zijn, maar is wel van een onvermijdbare aanwezigheid; het is precies, maar ook ontvankelijk voor omstandigheden.
Het werk van Chaim valt op door de grote scherpte in zijn keuzes voor de vorm en context van zijn werk.
Het symposium over oneindigheid, waartoe deze kunstenaars samenwerkten met andere 4e-jaars studenten maakte op ons grote indruk vanwege het samenvloeien van formeel sterke keuzes en het voeren van een regie die leidde tot een meerduidige, maar daardoor niet minder dwingende situatie. Deze samenwerking heeft ons ervan overtuigd dat Joep en Chaim een interessante manier zullen vinden om aan de prijs, die bestaat uit een publicatie, een goede invulling te geven.

Afgelopen week was ik jurylid voor de Gilbert de Bontridder Kunst Prijs voor de Academie voor Beeldende Kunsten in Maastricht. Namens de jury mocht ik het juryrapport voordragen. Hieronder de tekst van het juryrapport:

Beste afgestudeerden,

Mijn naam is Dennis Hambeukers en ik wil namens mede-Gilbert de BontRidder Prijs juryleden Alien Oosting en Frederique Bergholtz, jullie danken voor jullie presentaties. Wat wij vorige week hebben gezien, of beter, wat jullie vorige week hebben getoond, was indrukwekkend in zijn non-spectaculariteit. Ik zal ook namens Alien en Frederique het juryrapport uitspreken, maar wil dit laten voorafgaan door de woorden die de schilder Daan van Golden ooit uitsprak bij het in ontvangst nemen van een prijs en deze luidden: KUNST IS GEEN WEDSTRIJD.

Vorige week hebben wij gedrieeen door de tentoonstellingen gelopen en hebben we een kunstenaar gezien die weet wat monumentaliteit is, maar ook de kunst verstaat van het ‘licht reizen’; een kunstenaar die techniek atechnisch bekijkt en potentieel ontdekt waar alleen een empatisch oog toe in staat is; een kunstenaar die de dingen wil laten vloeien, daar nu nog het halfduister voor kiest, maar die we graag nog eens tegenkom in het volle licht; een kunstenaar die de onverzettelijkheid van de dingen waarmee we ons in ons dagdagelijkse leven omringen naar zijn hand zet, en sterker, aan het dansen krijgt; een kunstenaar die, å la God is a DJ, stelt, man is a space!; een kunstenaar die snapt dat ontrafelen niet een kwestie is van het isoleren van onderdelen, maar gaat om het vieren van de complexiteit van hun verbindingen; een kunstenaar die weet dat de wezenlijke momenten in het leven zich in een oogwenk aan je openbaren, maar in de traagheid van de streek, de absorptie van verf in doek, het wikken en wegen van kleurenstellingen, misschien, opnieuw beleefd kunnen worden. Om er een paar te noemen. We moesten een keuze maken en daar lagen de volgende overwegingen aan ten grondslag.

Gilbert de Bontridder was een kunstenaar en docent aan de Academie voor beeldende kunsten in Maastricht die groot belang hechtte aan de theoretische kant van het kunstenaarschap. Naast de kunstenaar als beeldenproducent was voor hem een kunstenaar ook een denker. Zelf publiceerde en gaf hij lezingen over zijn theoretische overpeinzingen bij zijn beeldende werk.

Bij de jurering voor deze prijs hebben we dan ook naast de onmisbare beeldende kwaliteiten ook nadrukkelijk de denkende en conceptuele kracht van de kandidaten beoordeeld. Het concept ‘theorie’ is echter niet eenduidig. Iedere kunstenaar geeft zijn eigen invulling aan de conceptuele kant van zijn kunstenaarsschap. Tijdens de rondgang langs de kandidaten kwam de jury dan ook in aanraking met een aantal verschillende invullingen van het begrip ‘theorie’. Zo waren er studenten die intuitief werken en waar het concept bestaat uit het waarnemen, verwonderen en doen. Daarnaast waren er kandidaten die werken vanuit de materie en het beeld en waarbij het concept vooral in de uiteenzetting met de formele aspecten van hun medium besloten ligt. De derde groep hield er een uitgesproken theorie naast hun beeldende werk op na. Met name de samenwerking met de studenten van de faculteit Cultuurwetenschappen van de Universiteit Maastricht dit jaar heeft er volgens de jury voor gezorgd dat er veel aandacht is geweest voor theoretische reflectie en concept analyse.

Van een aantal kandidaten vond de jury dat de theorie nog te veel naast het beeldende werk staat. De grootste waarde van theorie voor de kunst ontstaat wanneer de theorie en de praktijk van het maken van beelden tot 1 geheel gesmeed worden. De winnaar van dit jaar is er volgens de jury het best in geslaagd de synergie van theorie en praktijk in te zetten om de kunst op een hoger niveau te brengen. De jury vindt dat in het werk van de winnaar de theorie het best als drijvende kracht werkt voor het beeldende werk. De winnaar geeft vooral blijk van de juiste attitude als het gaat om de inzet en waarde van theorie voor het werk.

Een ander punt dat de jury op is gevallen is het aantal en de kwaliteit van de verschillende samenwerkingen. Zowel tussen studenten onderling als van de studenten met kunstinstellingen buiten de academie zijn er een aantal projecten geweest die hun invloed hebben gehad op de ontwikkeling van het werk van de individuele studenten. De winnaar van dit jaar toont ons dan ook dat een goede theoretische basis ook een goede voedingsbodem is voor verschillende soorten van samenwerking en cross-mediale projecten.

Tijdens het juryberaad kwamen er twee namen boven drijven van kandidaten die het best blijk gaven van de capaciteiten om theorie en praktijk met elkaar op een zinvolle manier te integreren. Mede omdat deze twee kandidaten al eerder tot een vruchtbare samenwerking zijn gekomen, heeft de jury besloten dit jaar dat twee studenten de Gilbert de Bontridder prijs mogen delen.

We hebben gekozen voor: Chaim van Luit en Joep Vossebeld.

De installatie van Joep Vossebeld is geïnspireerd op de zogenaamde Zone: een onheilspellend, onbekend terrein uit de film Stalker van Andrej Tarkovski. In de ruimte van Joep is een still van deze film aan de muur nog de enige overgebleven getuige van de oorspronkelijke installatie die hij hier maakte. Een week voor de opening van de expositie heeft hij deze echter weer afgebroken – omdat het voor hem naar eigen zeggen inmiddels bekend terrein was. Hij was op zoek naar het onbekende. Hij verzamelde een grote lading aan objecten en materialen en assembleerde ze in een halfdonkere ruimte. Hun onderlinge samenhang, soms verassend vanzelfsprekend, dan weer dissonant, laat zich niet vatten in een eindig verhaal. In ‘de zone’ van Joep Vossebeld wordt geen boodschap uitgedragen maar er wordt een eigen vloeiend ritme der dingen ontwikkeld waarbij een continuerende zoektocht naar het ongewisse voelbaar is en de moedige houding dit tegemoet te treden. De combinatie van zijn rigoureuze houding ten opzichte van zijn eigen onderzoek, en zijn bijzonder poëtische hantering van materialen, texturen en structuren wekt bij ons grote nieuwsgierigheid. We zijn erg benieuwd naar zijn toekomstige werk.

Het werk van Chaim van Luit volgt een heel ander proces. In twee monumentale installaties en een video worden we geconfronteerd met zijn formele onderzoek naar oneindigheid. Zijn carrousel uit zwarte latten toont een pulserend spel van aan- en afwezigheid, van de binnen- en de buitenruimte, van licht en donker. In een tweede installatie staan witte latten tegen een muur die op de achterwand een gekleurd licht in de vorm van een driehoek reflecteren. Deze reflectie is ontstaan uit een consequent ritme van primaire en secundaire kleuren. Dit werk wil geen overrompelend spektakel zijn, maar is wel van een onvermijdbare aanwezigheid; het is precies, maar ook ontvankelijk voor omstandigheden. Het werk van Chaim valt op door de grote scherpte in zijn keuzes voor de vorm en context van zijn werk.

Het symposium over oneindigheid, waartoe deze kunstenaars samenwerkten met andere 4e-jaars studenten maakte op ons grote indruk vanwege het samenvloeien van formeel sterke keuzes en het voeren van een regie die leidde tot een meerduidige, maar daardoor niet minder dwingende situatie. Deze samenwerking heeft ons ervan overtuigd dat Joep en Chaim een interessante manier zullen vinden om aan de prijs, die bestaat uit een publicatie, een goede invulling te geven.

Did you like this? Share it: