
The last project of the year.
Visit the website of the World Voice Day on www.werelddagvandestem.nl

The last project of the year.
Visit the website of the World Voice Day on www.werelddagvandestem.nl
Het einde van het jaar. Tijd om terug te kijken op de blogposts van 2011. Hier is de top 10:
1. De duistere geschiedenis van de vrolijke nana’s van Niki de Saint Phalle in Schunck* Heerlen
Kunst theoretische beschouwing van een van de grootste tentoonstellingen in Heerlen dit jaar.
[1.623 minuten bekeken]
2. Herzog and De Meuron Central Signal Box Basel Switserland
Architectuur fotografie van een bijzonder utiliteitsgebouw in Basel.
[1.374 minuten bekeken]
3. Recensie: Lezing Anna Tilroe – De ja-sprong – Een toekomst voor de onafhankelijke kunstkritiek
Analyse van de lezing van Anne Tilroe dit jaar in Heerlen.
[1.338 minuten bekeken]
4. Juliaan Lampens, the forgotten architect
Architectuur fotografie van deze Belgische architect.
[866 minuten bekeken]
5. Book: Wayfinding Designs Worldwide
Publicatie van mijn ontwerp voor de hal van het Museum in Valkenburg in boek over wegbewijzeringsontwerp.
[855 minuten bekeken]
6. Abdij Sint Benedictusberg Mamelis/Vaals – Dom Hans van der Laan
Architectuur fotografie voor het jubilieumboek van de Stichting Heemschut van een prachtig gebouw in de Limburgse Heuvels.
[535 minuten bekeken]
7. Peter Zumthor’s Bruder Klaus Kapelle
Video van dit bijzonder bouwwerk in de Eiffel.
[377 minuten bekeken]
8. Maasappartementen Jo Coenen, Ceramique Maastricht
Architectuur fotografie op het Ceramique terrein in Maastricht.
[235 minuten bekeken]
9. Reception Area Museum Valkenburg
Ontwerp voor de hal van het Museum: kleuradvies + wegbewijzering.
[203 minuten bekeken]
10. Mario Botta at Céramique Maastricht
Architectuur fotografie op het Ceramique terrein Maastricht.
[178 minuten bekeken]

© 2011 Dennis Hambeukers
Baksteensculptuur Per Kirkeby Kröller-Müller Museum Otterlo.
“Een collage is een kunstvorm die gebruik maakt van uitgeknipte stukken papier, die op steviger papier of op schilderdoek geplakt zijn.” [bron: Wikipedia] De techniek collage, maar dan minder letterlijk met schaar en lijm, kan ook toegepast worden in andere media. Het gebeurt dan niet meer met schaar en lijm, maar we noemen het dan nog wel knippen en plakken. Wat opvalt bij de tentoonstelling ‘Salon Parkstad’ in Schunck* Heerlen is de grote hoeveelheid collage kunst. Dit lijkt toeval. Want de tentoonstelling is gebaseerd op een geografisch, en niet op een thematisch idee. Ze toont ons werken van kunstenaars die een duidelijke band met de gemeente Parkstad hebben. In deze tijd waarin de oriëntatie vooral globaal is, is er tegelijkertijd een trend van aandacht voor het locale. Zou het knippen en plakken iets met Parkstad te maken hebben?

Jeroen Evertz
We zien werk van ‘echte’ collage kunstenaars als Jeroen Evertz, Lidy Jacobs en Naro Snackey. Zij knippen echt stukken papier uit tijdschriften en andere foto’s om er een nieuwe compositie mee te maken. Maar ook het driedimensionale werk van Leon Duniec, Angelique Cremers, Juul Sade en Han Rameckers is gebaseerd op het zelfde idee. Zij ‘knippen’ dingen uit de wereld om hen heen en ‘plakken’ ze aan elkaar in nieuwe composities.
Vaak kan een collage een hulpmiddel voor een kunstenaar zijn om de inspiratie op gang te brengen. Het is een techniek waarmee snel een resultaat bereikt kan worden, of een uitnodiging tot verder werken. En hoewel kunstenaars als Picasso de collage tot volwaardig en ‘af’ kunstwerk hebben gepromoveerd, blijft er altijd een sfeer van onafheid omheen hangen.
In de tentoonstelling is ook werk te zien van kunstenaars die het concept of de technieken van de collage gebruiken om werken te maken die een stap verder gaan. Zo plakt Maarten Dedroog papier op zijn doeken waardoor een structuur in het oppervlak ontstaat die aansluit bij de huid van de gebouwen die hij schildert. Celine Schroeder knipt en plakt beelden uit de massamedia om tot haar grote vervreemdende tekeningen te komen. Een ook in de schilderijen van Ans Lemmens en Angelo Timmermans wordt gebruik gemaakt van het knippen en plakken van verschillende elementen om hun eigen poëtische wereld te creëren. Waar bij de ‘echte’ collage de elementen los van elkaar blijven, ontstaat bij deze kunstenaars een synthese van de elementen die een nieuwe persoonlijke wereld oplevert, een nieuwe identiteit. Door een stap verder dan de collage te gaan trekken ze de elementen naar zich toe, verteren ze ze en produceren dan hun eigen beeld. Zo verwerken ze de wereld en laten hem naar binnen komen. Door de persoonlijke toets en verwerking verdwijnt de afstandelijkheid en onafheid van de ‘echte’ collage.


Angelo Timmermans
We leven in een knip en plak cultuur. Onder invloed van de computer tools is het knippen en plakken van verschillende elementen uit de wereld om ons heen om onze eigen wereld te scheppen en onze eigen identiteit uit te drukken de standaard geworden. Maar alleen knippen en plakken is niet genoeg. Er moet uiteindelijk een eigen authentieke identiteit ontstaan. Parkstad is ook een collage. Het is een samenwerkingsverband tussen acht gemeenten. Zou dit dan de opvallend grote hoeveelheid collage-kunst uit Parkstad verklaren? Of het daar echt iets mee te maken heeft is niet zo snel te zeggen. Het valt alleen op…
In het decembernummer van het culturele maandblad Zuiderlucht is een artikel van mij gepubliceerd over de tentoonstelling ‘Out of Storage’ in Maastricht waarin ik een link leg met met concepten uit het boek ‘De Barbaren’ van Baricco.
Het artikel is te lezen in de gedrukte versie van het maandblad, dat gratis te verkrijgen is bij 230 culturele instellingen in Nederlands en Belgisch Limburg (oplage 15.000) en op de website van Zuiderlucht.



Leegstand is een brandende kwestie. De organisatie van de Internationale Biënnale Leegstand en Herbestemming in Maastricht wil het daarom nadrukkelijk op de kaart zetten en mogelijke oplossingsrichtingen verkennen. Het programma bestond uit workshops, onderzoeksateliers, tentoonstellingen (die nog doorlopen tot eind december) en een congres. De biënnale ging donderdag 27 oktober van start met de opening van Firemen walk with us van Rietveld Landscape.

De installatie is een verdere uitwerking van de visie ‘leegstand en innovatie’ die het bureau presenteerde tijdens de architectuurbiënnale van Venetië in 2010. Hierin stelt het bureau leegstand voor als een kans voor de overheid om invulling te geven aan de ambitie om voorop te lopen in de wereld als het gaat om de kenniseconomie. Innovatie en creativiteit spelen hierin een sleutelrol en de creatieve sector kan een belangrijke bijdrage leveren. Creatieven hebben behoefte aan betaalbare en inspirerende werkruimte. Zij kunnen de leegstaande ruimte goed gebruiken. Door leegstand zo aan innovatie te koppelen roept Rietveld Landscape in eerste instantie de overheid op om de leegstaande overheidsgebouwen tijdelijk te laten gebruiken als laboratoria voor creatieve ondernemers. In het Nederlandse paviljoen in Venetië toonde het bureau schuimmodellen van alle leegstaande gebouwen in Nederland die eigendom zijn van de overheid.
Waar de ontwerpers met hun installatie in Venetië vooral de aandacht wilden vestigen op de hoeveelheid aan leegstand, gaat het bij de tentoonstelling in Maastricht om de obstakels die tijdelijk gebruik van leegstaande gebouwen in de weg staan. Een van de dingen waar je tegenaan loopt is de brandveiligheid. Er is een veelheid aan regels en eisen die het tijdelijk gebruik onmogelijk lijken te maken. Met Firemen walk with us willen ze laten zien dat in overleg met de betrokken partijen, in dit geval vooral de brandweer, meer mogelijk is dan je denkt.
De tentoonstelling bestaat uit een groot aantal emmers gevuld met brandbaar materiaal die in een grid staan opgesteld op de vloeren van het leegstaande Spinxgebouw in Maastricht. De bezoekers betreden het gebouw in groepen, onder begeleiding van een brandweerman, via het trappenhuis aan de zuidzijde. Op elke verdieping staat een brandweerman als suppoost naast een afrastering. Van achter die afrastering kijk je het 175 meter lange gebouw in en zie je oneindige rijen vuuremmers. Op de eerste twee verdiepingen branden alleen de achterste emmers. Op de bovenste verdiepingen branden ze bijna allemaal en lopen er brandweermannen rond die zo nu en dan nog een emmer aansteken. De route eindigt op het dak, waar een man, tegen de achtergrond van een prachtig uitzicht over de stad, een opsomming geeft van de hoeveelheid en locatie van de leegstand in Maastricht.
De ervaring van de installatie is heel sfeervol. Door de vuuremmers wordt de lege industriële ruimte getransformeerd in een mystieke setting voor een ongekend ritueel. De flakkerende vuren spelen een fascinerend spel met de structuur van de ruimte.
Op de flyer die voor aanvang van de bezichtiging wordt uitgedeeld valt te lezen dat een vuuremmer staat voor het oppervlak van een Spinxgebouw aan leegstand in Nederland. Als je eenmaal binnen bent lijkt dit alleen nog maar een alibi voor de keuze van het grote aantal emmers. Dan denk je niet meer aan leegstand, maar overheerst de bijzondere ruimtelijke ervaring. Het verhaal over de leegstand in Maastricht op het dak brengt je wel weer even terug bij het thema. Maar de frisse lucht en het prachtige panorama blijken aantrekkelijker dan de opsomming van de leegstaande gebouwen.
Als je ruimte genoeg hebt en het wat ruimer neemt met de regels kun je een heel gebouw transformeren in een kunstwerk. Met zijn artistieke visie geeft Rietveld Landscape een sprekend voorbeeld van anders denken over leegstand. De ontwerpers laten vooral de potentie van leegstand zien in de hoop dat dit inspireert en een andere manier van denken in gang zet. Door met vuur te spelen hebben ze in ieder geval het thema leegstand en het probleem van brandveiligheid onder de aandacht gebracht. Niet in de laatste plaats omdat de brandweer, na verontruste telefoontjes van omwonenden, tijdens de opening op donderdag in actie moest komen om het gebouw te ontruimen omdat er meer rook ontstond dan verwacht.
Mijn video registratie van de tentoonstelling vind je hier.
Deze recensie in geschreven voor ArchiNed.
In het Kröller-Müller Museum is op dit moment de tentoonstelling ‘Windflower, Perceptions of Nature’ te zien. Zoals de naam al zegt is het thema de natuur, meer specifiek de natuur als kwetsbaar gegeven in een wereldwijde jacht naar vooruitgang. Het gaat met andere woorden over de relatie van de mens met de natuur. Hier past de installatie ‘Concerning Hunting’ (2008) van Mark Dion zo goed in dat hij als enige een hele zaal ter beschikking heeft gekregen in deze groepstentoonstelling. Zijn installatie bestaat uit vier verschillende jachthutten. Iedere jachthut is voor een ander type mens, die allemaal een andere relatie tot de natuur hebben.

Zo is er de hut van de ’smulpaap’. Deze hut staat het laagst bij de grond en heeft een dubbele openslaande deur. Hij is ingericht met een eettafel en vier stoelen, borden kopjes, glazen, kaarsen en alles wat nodig is voor een luxueus diner. In deze hut genieten de mensen van de producten van de natuur. Het genieten is voor iedereen makkelijk toegankelijk en staat dicht bij de natuur. Ze koken hier niet uit potjes en pakjes, maar met verse ingrediënten uit de natuur.

Daarnaast is er de hut van de ‘dandy’. Die staat iets hoger op zijn poten en heeft als toegang een brede trap met armleuning. De rieten bekleding loopt ook door over de raamopeningen waardoor er niet veel contact met de buitenwereld is. Binnenin staan een luxe gestoffeerde stoel en bank. Er hangt een kroonluchter aan het plafond en een spiegel en jacht trofeeën aan de muren. In de hoek staat een tafeltje met een karaf en glazen voor sterke drank. Hier is de relatie met de natuur afstandelijker. Voor de gebruiker van deze hut is de natuur alleen maar een achtergrond. Hij scherpt zijn eigen wereld en is meer op zichzelf gericht dan op de wereld om hem heen. Hij wil wel in de natuur zijn, maar zonder modder op zijn kleren en niet zonder het comfort dat hij thuis gewend is.


De derde hut is de hut van de ‘filosoof’ Dit is de hoogste hut. Hij komt er in door middel van een hele steile, smalle ladder. Het interieur wordt gevormd door een boekenkast gevuld met boeken en een comfortabele stoel met armleuningen. De camouflage bestaat uit de gevlekte stof die ze in het leger gebruiken om camouflage kleding te maken. De filosoof bekijkt de wereld van bovenaf. Voor hem is de natuur een goede aanleiding om te filosoferen. In de natuur is er ook rust om na te denken. Lopend door de natuur komen er allerlei gedachten bij hem op, die hij boven in zijn hut ordent. Hij heeft ook een jachtgeweer. Niet omdat hij het jagen nu zo leuk vindt of omdat hij voor zijn eigen eten wil zorgen, maar omdat hij wil weten wat het is om te jagen.
De laatste hut is de ‘gewone’ jachthut van de jager. Hij ziet eruit zoals jachthutten er uit zien. Hij is gemaakt van hout en heeft de mogelijkheid tot uitzicht naar de vier windstreken. Binnenin staat geen meubilair maar liggen alleen functionele gebruiksvoorwerpen voor de jacht. Hier gaat het alleen om het jagen als functionele bezigheid. De jager jaagt voor vlees of om de wildstand in balans te brengen. Hij staat het dichtst bij de natuur. Hij eet wat hij zelf dood heeft gemaakt. Maar deze jachthut is omgevallen en ligt gebroken op de grond. De directe, pure relatie die deze jager heeft met de natuur bestaat voor ons niet meer. Het vlees dat we eten komt uit de bio industrie. De smulpaap geniet er toch wel van, voor de dandy is de natuur alleen decoratie en de filosoof schrijft er een boek over dat weinigen zullen lezen. Het overleven en direct contact met de natuur heeft plaats gemaakt voor het genot, de decadentie en de reflectie. Dat is de vooruitgang.

De architectuur, of dat wat de mensen bouwen, is een dankbare manier van kijken naar de mens. Je kijkt naar de architectuur en vraagt je af wat die vertelt over de ontwerpers en gebruikers. Het is een indirecte antropologie. Vorm, materiaal, de manier waarop je naar binnen gaat, de openingen waardoor er contact met de buitenwereld is en de positie ten opzichte van de omgeving vertellen een verhaal over de mens en zijn relatie tot de natuur. Als je één jachthut zou zien staan aan de rand van het bos is dat niet zo evident. Maar het werk van Mark Dion bestaat uit verzamelen en ordenen. Door die ordening legt hij als een wetenschapper dingen naast elkaar die van dezelfde soort zijn. De kleine verschillen tussen de objecten kunnen dan een verhaal gaan vertellen. In dit geval is de jachthut het onalledaagse medium waarmee hij zijn artistieke verhaal vertelt.
De tentoonstelling ‘Windflower, Perceptions of Nature’ met daarin de installatie ‘Concerning Hunting’ van Mark Dion is nog t/m 15.01.2012 te zien in het Kröller-Müller Museum.
1 minuut video van de installatie ‘Firemen walk with us’ door Rietveld Landscape in het Eiffelgebouw in Maastricht in het kader van de Biënale Herbestemming.
Mijn recensie voor Archined van deze tentoonstelling vind je hier.

The website for the Dutch Design Desk Europe that I designed and developed is now online. Check it out at: www.dutchdesigndesk.eu. The website is built as a handcrafted custom Wordpress theme.

Gladwell Apologies 1-6, 2007
Links in beeld ligt een dode kangoeroe langs de weg: roadkill. Er komt een motorrijder in een zwart motorpak met zwarte helm en zwart vizier aanrijden op een zwarte racemotor. Hij stopt naast de dode kangoeroe in de berm. Hij stapt af zonder zijn helm af te zetten of zijn vizier omhoog te klappen en pakt de dode kangoeroe liefdevol op. Hij loopt er langzaam, met zijn rug naar de kijker, mee naar de andere kant van de weg. Onderweg kijkt hij af en toe bezorgd naar het dier in zijn armen en af en toe om zich heen. Halverwege de weg stopt hij even en gaat even door zijn knieën. Uiteindelijk loopt hij rechts het beeld uit. De kijker blijft verward achter: waarom zien we hier deze video over een dode kangoeroe?
De Australische opkomende sterkunstenaar Shaun Gladwell (in 2009 vertegenwoordigde hij Australië op de biënnale van Ventië) laat ons de hele tentoonstelling lang beelden zien die draaien, vertraagde beelden van stunts van breakdancers en Capoeira dansers, beelden die de zwaartekracht en de tijd tarten, beelden van kracht en behendigheid, beelden over de mens die zijn ruimte inneemt. Het lijkt de hele tijd over controle en kracht te gaan bij de b-boys, de gemotoriseerde voertuigen en de soldaten. In het gevecht tussen de mens en de elementen lijkt de mens telkens te winnen. Bij de ingang van de tentoonstelling is er zelfs iemand met een motor door een muur heen gereden zonder dat er enige schade aan de motor is. Wat is er dan aan de hand met die dode kangoeroe?
Ondanks alle beheersing die uit de acties in de andere video’s blijkt is de stuntman, de breakdancer, de vechtsporter en zelfs de soldaat verbonden met het dode dier langs de kant van de weg. De motorrijder is uiteindelijk net zo kwetsbaar als de kangoeroe. Af en toe rijden er grote zware vrachtauto’s door het beeld die ons eraan herinneren dat de kracht die de mens heeft gecreëerd ook zijn tol eist. Gladwell laat ons zien dat er een enorme schoonheid zit in de beheersing van en spelen met de elementen, maar dat er ook een duistere kant aan zit als het fout gaat.
Constant is Gladwell op zoek naar schilderachtige schoonheid in zijn video’s. Hij is dan ook opgeleid en begonnen als schilder. Door zijn video’s te vertragen krijgt de kijker, net als bij een schilderij, de tijd om te mediteren over de nuances van het beeld. Er is een video in de tentoonstelling in Schunck* die over het schilderen zelf gaat. De schilder pakt een leeg stuk karton en spuit er met verfbussen planeten en sterren op. Dit laat hij even aan de kijker zien en dan spuit hij het stuk karton helemaal zwart en gooit het aan de kant. Uiteindelijk kan het allemaal zinloos lijken. Je wijdt je hele leven aan het zoeken en creëren van schoonheid en soms is heeft het allemaal even geen zin. De kunst ligt dan net als de kangoeroe dood langs de weg.
De dood en de zinloosheid geven een compleet beeld van de schoonheid waar Gladwell naar op zoek is. Hij zoekt naar de schoonheid in een beweging zonder doel waarin de tijd lijkt stil te staan: oneindigheid als antwoord op Het Grote Einde. Ronddraaiende bewegingen zijn daarvan een uitstekend voorbeeld, maar in de tentoonstelling in Heerlen zien we dat er nog meer nutteloze bewegingen te bedenken zijn die het onvermijdelijke einde voor even op afstand houden.

Interceptor Surf Sequence, 2009

Storm Sequence, 2000

Tangara, 2003
De tentoonstelling van Shaun Gladwell, “Perpetual 360 sessions” is nog t/m 27.11.2011 te zien in Schunck* Heerlen.
Een voorbeeld van mijn eigen ’spinning’ video is hier te zien.
source: http://macintosh128k.com/apple_ads/specs/macse_specs/macsespecs.html
I first came into contact with Apple around 1987. I was eleven years old and my dad brought home a Macintosh SE from work. He was head of the IT department and had bought two Mac’s for the company he worked for. He thought it might be a good idea for the people that had to layout newsletters and stuff to work with a graphic interface, while the rest was still typing commands in MS-DOS. After a while he realised that the impossibility to exhange files or share peripherals with the other PC’s made them virtually useless. So the experiment failed and he took the ‘useless’ Mac to our home. For me the Mac was amazing: it had a graphical interface, it had funny sounds that accompanied various actions and it had the coolest software on it: MacPaint. In MacPaint you could draw with a mouse on the screen. This may not sound spectacular now, but at the time the difference in user experience between a command-line MSDOS PC and this Mac was a landslide. Over time Microsoft copied the windows idea and most programs now run on both Mac and PC. But the focus and attention to user experience is still the main difference between Apple and the rest.
The child-like enthousiasm I experienced when I first used a Mac is something that Steve Jobs made the center of his famous keynote speaches to introduce new products from Apple. There is this brilliant presentation by Steve from 1984 in which he only unpacks a Apple Mactintosh computer, turns it on and lets it display an animation (in the video below it starts at 3:24). He lets the product (literally) speak for itself. Although Steve can deliver a presentation like noone can, the great thing is that through his spectacular theatrical presentations he lets the product speak for itself. He couples this with an authentic child-like enthousiasm for cool new things and with this he appeals to our inner child. When his successor Tim Cook calls something ‘great’ I don’t believe him as I did Steve. Tim Cook is too much of a grownup, a businessman who want to sell stuff. Those who read a biography on Steve know that his ‘childish’ behavior caused a lot of trouble for him and the people around him, but, once under control, also brought great succes. In his famous Stanford speech he says: “Stay hungry, stay foolish”. Who else does that?

“Meneer, weet u wat de betekenis van kleur is in dit schilderij?” Een klas middelbare scholieren loopt met een lijst vragen over de kunstwerken rond door het museum. Een meisje uit de klas stelt me deze vraag en wijst daarbij naar een schilderij van Robert Mangold. In de kunst is er geen weten en geen objectieve betekenis, dus die vraag kan ik niet voor haar beantwoorden. Maar dit soort vragen roepen de werken in de tentoonstelling Extended Drawing in het Bonnefantenmuseum wel op. Vier wereldberoemde Amerikaans kunstenaars onderzoeken met hun werk dat hier getoond wordt namelijk de fundamenten van de schilderkunst. Ze ontleden haar en bevragen afzonderlijke elementen als kleur, vorm, lijn, drager, materiaal, compositie en relatie tot de tentoonstellingsruimte. Ze doen dat ieder op hun eigen manier en vertellen zo samen een verhaal over de essentie van de schilderkunst. De tekening is hierbij prominent aanwezig, vandaar de titel van de tentoonstelling.
lees dit artikel verder op ZwartGoud >>>
Dit artikel heb ik geschreven voor de cultuurkritiek website ZwartGoud.

© Dennis Hambeukers 2011
Richard Serra is famous for his huge abstract walk-in Cortensteel sculptures. In these works he creates a new, distorted sensation of space. His ‘drawings’, as he calls them, are not so well known. They consist of canvasses covered with a black tar-like paint that he cuts into large rectangular shapes. He determines their size and shape according to the space they occupy and then fixes them directly on the wall. He preferably covers the canvasses with the black paintstick in the space they are going to be exhibited. This is a tedious and painstaking work, but is allows him to get a feeling for the space while he is working on the pieces. With these black canvasses he interacts with the space, changing its spatial composition and experience. He draws in the space with his black shapes.
Some of his works are now [18.09.11 - 15.01.12] on display at the Bonnefanten museum in Maastricht together with works from Soll Lewitt, Robert Mangold and Bruce Nauman in an exhibition called ‘Extended Drawing’. My review of the exhibition will be available later on ZwartGoud.


© Dennis Hambeukers 2011
The Agora Theatre (2007), designed by UN Studio, in Lelystad adds a spark of color to the grey edge of the town’s city center. The building is surrounded by drab, gray, slightly depressing buildings. The theatre is a hard, industrial, bright, colourfull, transformed-sea-container-like-cristal attempt to boost the confidence of Lelystad, that is suffering from it’s outdated city centre that was build in the 80’s. It is doubtfull however that this architectural masterpiece by UN Studio can single-handedly save the city. It made me drive all the way to Lelystad. It was well worth my while.
Ben van Berkel and Caroline Bos start their 1998 essay “Liquid politic” in the book “Move” like this:
The necessity to become a little mad is not part of an architectural education. To dare to put forward ideas, to offer up visions and to realise the unexpected requires pushing the imagination. But how crazy should we get?
The Agora Theatre is build almost ten years later and could pass as an answer to this question: pretty crazy.
© Dennis Hambeukers 2011


© 2011 Dennis Hambeukers
“No matter how he looks baby, it’s the inside that counts” [lyrics from Yosh - It's Whats Upfront That Counts].
La Defense is an office building for the IRS (Belastingdienst) and the Centre for Work and Income (CWI) that doesn’t look like much on the outside, but is a magical feast of color, light and reflection on the inside. Inside the building is a public space that is an oasis of changing colors. The façades are covered in a special foil that changes color depending on light conditions and the position of the viewer. It’s a meditative space with benches that invite you to just sit and enjoy the spatial qualities. It’s one of the most spectacular public spaces I ever saw.




© Dennis Hambeukers 2011
You can view some more pictures on my FlickR page.





Impressie van de afgelopen tentoonstelling van mijn schilderijen in Architectuur Lab LABFORYOU in Sittard. Kijk op de website van architectuur lab LABFORYOU voor het actuele programma.







© Dennis Hambeukers 2011
Last week I visited Ronchamps, Franche-Comté, in France to photograph Le Corbusier’s church for the Notre Dame du Haut. Le Corbusier is one of the most famous architects in the world and this church is one of his best buildings. That is why this church is not only a beloved destination for religious pilgrims, but also for architectonic pilgrims. In Ronchamps you can worship architecture, just like you can do at this other famous religious building by Peter Zumthor.
In de serie leuke, bijzondere en/of mooie kleine projecten uit de ArchiNed inbox, dit keer het Guesthouse Belvédère 2.0 ontworpen door Maurer United Architects voor de tentoonstelling Out of Storage in Maastricht.
Wat
Guesthouse Belvédère 2.0 is een tijdelijk paviljoen dat volledig bestaat uit steigerplanken. Het paviljoen is opgebouwd uit drie kleine archetype huisvormen die in een stervorm tegen elkaar zijn gezet. Van buiten is Guesthouse Belvédère 2.0 een strak sculpturaal volume, van binnen is het een spel van constructieve ribben.
Het paviljoen is vernoemd naar het ambitieuze stadsontwikkelingsproject Belvédère in Maastricht. In navolging van de onlangs afgeronde transformatie van het fabrieksterrein Céramique wil de gemeente ook het terrein van de voormalige aardewerkfabriek Sfinx veranderen in een woon- en kantorenwijk. De sloopwerkzaamheden zijn al uitgevoerd maar door de economische crisis zal het masterplan voorlopig niet uitgevoerd worden.
Waar
Het paviljoen staat op de binnenplaats van de Timmerfabriek gedurende de tentoonstelling Out of Storage die nog tot 18 december 2011 te zien is. De Timmerfabriek uit 1905 moet het culturele hart van de Belvédère wijk gaan worden. Het pand staat sinds 1996 op de Rijksmonumentenlijst en in afwachting van verdere plannen is het casco onlangs verbouwd zodat het onderdak kan bieden aan wisselende culturele evenementen.
Waarom
Het is niet de eerste keer dat Maurer United Architects een tijdelijk paviljoen ontwerpt. Helemaal in lijn met hun voorliefde voor concepten uit de hip-hop wereld is dit project is een re-mix van twee eerdere soortgelijke projecten: het Guesthouse Belvédère, een folly uit 2007, en de Boerenwereldkeuken, een tijdelijk restaurant uit 2003.
Van 18 augustus tot 4 september zal het paviljoen dienst doen als pop-up restaurant voor REcentre. REcentre is een non-profit organisatie die zich inzet voor duurzaam design in de Euregio Maas-Rijn (Luik, Aken, Nederlands en Belgisch Limburg). In het tijdelijk restaurant zullen gerechten geserveerd worden die bereid zijn met locale producten. Het restaurant biedt plaats aan 20 gasten die aan twee picknick-achtige tafels onder andere kunnen genieten van het polyculturele bier ‘Loorberger’ dat Maurer United Architects speciaal voor deze gelegenheid liet brouwen.
Guesthouse Belvédère 2.0 staat op het terrein van de Timmerfabriek, Boschstraat 7–9, Maastricht tot 18 december 2011.




tekst & foto’s: Dennis Hambeukers
Dit artikel is geschreven voor architectuur website Archined.





© 2011 Dennis Hambeukers
These photographs of the Klooster Mariëndaal in Partij are part of photography assignment for Huis van de Kunsten Limburg and Heemschut Limburg for an upcoming photobook.


© 2011 Dennis Hambeukers
This photograph of the Kopermolen in Vaals was part of photography assignment for Huis van de Kunsten Limburg and Heemschut Limburg for an upcoming photobook.



© 2011 Dennis Hambeukers
These are three of the pictures I took last week at the ‘Out of Storage’ exhibtion in the Timmerfabriek in Maastricht. In the pictures you can see the three different areas of the exhibition.
You can see the whole set on my FlickR page.
© 2011 Dennis Hambeukers
Video of Hans Haacke’s Blue Sail I shot at the ‘Out of Storage’ exhibition in Maastricht.
You can watch it in HD on Vimeo.
Op dit moment is in Schunck* de tentoonstelling “Een i treurend om een punt” te zien. Met de expo wil het Heerlense cultuurpaleis de mogelijkheden en onmogelijkheden van de schilderkunst bevragen. Het gaat over schilderkunst zelf en haar relatie met andere media. Krijn de Koning is één van de kunstenaars van wie een werk is opgenomen in de tentoonstelling. Zijn werk bevindt zich op het raakvlak tussen schilderkunst, sculptuur en architectuur. Als onderdeel van de langer lopende reeks Ruby Tuesday lezingen gaf hij er een voordracht over in Schunck*.
Krijn de Koning maakt abstracte architectonische sculpturen waarbij het schilderen van vormen en kleuren een grote rol speelt. Met zijn werken onderzoekt hij de ervaring van ruimte en kleur. Hij speelt met de illusie van ruimtelijkheid die tweedimensionale vormen kunnen oproepen door ze met driedimensionale elementen te combineren in zijn werken. Er ontstaat vaak een boeiend spel tussen de echte ruimtelijke elementen en de geschilderde elementen die een ruimtelijkheid oproepen. Een goed voorbeeld is het werk van hem dat in de tentoonstelling is opgenomen. Het bestaat uit een ruimtelijke sculptuur van blauwe balken, die tegen een muur staat en die op die muur doorloopt in een schildering van blauwe balken, zodat het lijkt alsof de sculptuur doorloopt in de muur, of dat de muurschildering doorloopt in de ruimte.

In de loop van de tijd zijn de werken van Krijn de Koning steeds groter geworden. Hij gaat een directere relatie aan met de ruimte waarin de werken zich bevinden. Veel van zijn latere kunst kun je bijna niet meer zien als sculpturen die in een ruimte staan, maar eerder als sculpturale en schilderkunstige ingrepen in bestaande ruimtes. Hij is dan op zoek naar een manier om een andere concentratie in de omgeving te creëren, om je deze met andere ogen te laten bekijken. Door vaak hevige contrasten in vorm en kleur aan te brengen legt hij nog eens extra de nadruk op de ruimtelijkheid ervan waarin hij zijn werk aanbrengt. Dit doet hij door kleurvlakken, nieuwe wanden, verdikkingen van bestaande wanden of andere architectonische bestanddelen toe te voegen aan de werkelijke ruimte. Door zijn vorm- en materiaalgebruik lijken zijn installaties vaak op maquettes, maar dan op schaal 1:1.
Kleur is een belangrijk onderdeel van zijn werk. Zijn kleuren contrasteren vaak hevig met de omgeving waarin zijn werken staan. Hierdoor ontstaat een inkadering en nadruk op het bestaande. Maar kleur heeft ook zijn eigen ruimtelijke kwaliteiten; kleur schept ruimte. De ruimtelijke beleving kan door kleur juist heel anders worden. Door niet alleen kleur op de aanwezige wanden aan te brengen maar ook nieuwe kleurige architectonische elementen te introduceren geeft hij de kleur ook een dikte, een massa. Kleur is op zich vrij abstract, maar door kleur een massa te geven wordt het tastbaarder. Het idee van kleur uit de schilderkunst neemt hij hier mee naar het sculpturale en zelfs het architectonische. Hij maakt de kleur zelf ruimtelijk.
Het beeld van een ruimte ontstaat door de tekening en de kleur. Voor de ervaring van de illusie van perspectief, van diepte, is het standpunt heel belangrijk. Eén stap naar links of naar rechts en de hele tekening, het hele beeld van de ruimte verandert. Dit is duidelijk bij architectuurfotografie, maar is ook essentieel bij het fotograferen en het ervaren van het werk van Krijn. Tijdens de lezing toont hij foto’s van zijn werk. Die zijn genomen vanuit een bepaald standpunt waarbij zijn concept het beste overkomt. Vanuit een ander standpunt ziet zijn werk er weer heel anders uit. Dit was goed zichtbaar op die momenten waarin hij meer dan één foto van een bepaald werk liet zien. Dan kon je goed zien hoe het met de interactie van de platheid en ruimtelijkheid in zijn werk zit. Om zijn werk goed te ervaren heb je beweging nodig. Je moet er langs en er doorheen kunnen lopen.
Zijn voordracht in Schunck* was sterk en overtuigend. Hij raakte een aantal interessante concepten aan. In zijn kleinere werken werkt het idee van de illusie van de ruimtelijkheid door de vermenging van 2D en 3D goed. Schilderen en sculptuur lopen dan op een boeiende wijze in elkaar door. Ook zijn gebruik van kleur draagt bij aan de verwarring die ontstaat bij het waarnemen van het beeld. Maar als zijn werken zo groot worden dat het architectuur wordt wordt het een heel ander verhaal. Dan is er geen sprake meer van illusie van ruimtelijkheid en gaat de kleur ook een heel andere rol spelen. Krijn creëert op dat moment zelf de ruimtes en dan gaat het ineens over de ruimtelijke kwaliteiten van zijn ruimtes. De kleur werkt dan niet meer alleen als contrastkleur maar is mede bepalend voor de ruimtelijke ervaring. Ook de waarde van de kleur voor de vermenging van 2D en 3D is er dan niet meer. Zijn kleurgebruik in deze architectonische werken is duidelijk minder sterk. Je ziet dan ook dat hij bij dit soort werken ook vaker geen kleur gebruikt. Als je dan gaat kijken naar de ruimtelijke kwaliteiten van de ruimtes die hij creëert, dan zijn die een stuk minder interessant dan die van zijn kleinere werken. Bij de eerste gaat het om architectonische kwaliteiten en bij de tweede om sculpturale kwaliteiten. Als maker van sculpturen weet hij te overtuigen, maar als maker van architectuur een stuk minder.
Meer informatie over Krijn de Koning vind je op zijn website.
Meer informatie over de tentoonstelling vind je op de website van Schunck*.
Dit artikel is geschreven voor de cultuurkritiek website ZwartGoud.





Above are some photographs of the interior design project of the design of the museumshop for the Museum Valkenburg. You can find the cupboard I designed for the Museumshop here.






Above are some photographs of my wayfinding design project for the Museum Valkenburg.
Afgelopen week was ik jurylid voor de Gilbert de Bontridder Kunst Prijs voor de Academie voor Beeldende Kunsten in Maastricht. Namens de jury mocht ik het juryrapport voordragen. Hieronder de tekst van het juryrapport:
Beste afgestudeerden,
Mijn naam is Dennis Hambeukers en ik wil namens mede-Gilbert de BontRidder Prijs juryleden Alien Oosting en Frederique Bergholtz, jullie danken voor jullie presentaties. Wat wij vorige week hebben gezien, of beter, wat jullie vorige week hebben getoond, was indrukwekkend in zijn non-spectaculariteit. Ik zal ook namens Alien en Frederique het juryrapport uitspreken, maar wil dit laten voorafgaan door de woorden die de schilder Daan van Golden ooit uitsprak bij het in ontvangst nemen van een prijs en deze luidden: KUNST IS GEEN WEDSTRIJD.
Vorige week hebben wij gedrieeen door de tentoonstellingen gelopen en hebben we een kunstenaar gezien die weet wat monumentaliteit is, maar ook de kunst verstaat van het ‘licht reizen’; een kunstenaar die techniek atechnisch bekijkt en potentieel ontdekt waar alleen een empatisch oog toe in staat is; een kunstenaar die de dingen wil laten vloeien, daar nu nog het halfduister voor kiest, maar die we graag nog eens tegenkom in het volle licht; een kunstenaar die de onverzettelijkheid van de dingen waarmee we ons in ons dagdagelijkse leven omringen naar zijn hand zet, en sterker, aan het dansen krijgt; een kunstenaar die, å la God is a DJ, stelt, man is a space!; een kunstenaar die snapt dat ontrafelen niet een kwestie is van het isoleren van onderdelen, maar gaat om het vieren van de complexiteit van hun verbindingen; een kunstenaar die weet dat de wezenlijke momenten in het leven zich in een oogwenk aan je openbaren, maar in de traagheid van de streek, de absorptie van verf in doek, het wikken en wegen van kleurenstellingen, misschien, opnieuw beleefd kunnen worden. Om er een paar te noemen. We moesten een keuze maken en daar lagen de volgende overwegingen aan ten grondslag.
Gilbert de Bontridder was een kunstenaar en docent aan de Academie voor beeldende kunsten in Maastricht die groot belang hechtte aan de theoretische kant van het kunstenaarschap. Naast de kunstenaar als beeldenproducent was voor hem een kunstenaar ook een denker. Zelf publiceerde en gaf hij lezingen over zijn theoretische overpeinzingen bij zijn beeldende werk.
Bij de jurering voor deze prijs hebben we dan ook naast de onmisbare beeldende kwaliteiten ook nadrukkelijk de denkende en conceptuele kracht van de kandidaten beoordeeld. Het concept ‘theorie’ is echter niet eenduidig. Iedere kunstenaar geeft zijn eigen invulling aan de conceptuele kant van zijn kunstenaarsschap. Tijdens de rondgang langs de kandidaten kwam de jury dan ook in aanraking met een aantal verschillende invullingen van het begrip ‘theorie’. Zo waren er studenten die intuitief werken en waar het concept bestaat uit het waarnemen, verwonderen en doen. Daarnaast waren er kandidaten die werken vanuit de materie en het beeld en waarbij het concept vooral in de uiteenzetting met de formele aspecten van hun medium besloten ligt. De derde groep hield er een uitgesproken theorie naast hun beeldende werk op na. Met name de samenwerking met de studenten van de faculteit Cultuurwetenschappen van de Universiteit Maastricht dit jaar heeft er volgens de jury voor gezorgd dat er veel aandacht is geweest voor theoretische reflectie en concept analyse.
Van een aantal kandidaten vond de jury dat de theorie nog te veel naast het beeldende werk staat. De grootste waarde van theorie voor de kunst ontstaat wanneer de theorie en de praktijk van het maken van beelden tot 1 geheel gesmeed worden. De winnaar van dit jaar is er volgens de jury het best in geslaagd de synergie van theorie en praktijk in te zetten om de kunst op een hoger niveau te brengen. De jury vindt dat in het werk van de winnaar de theorie het best als drijvende kracht werkt voor het beeldende werk. De winnaar geeft vooral blijk van de juiste attitude als het gaat om de inzet en waarde van theorie voor het werk.
Een ander punt dat de jury op is gevallen is het aantal en de kwaliteit van de verschillende samenwerkingen. Zowel tussen studenten onderling als van de studenten met kunstinstellingen buiten de academie zijn er een aantal projecten geweest die hun invloed hebben gehad op de ontwikkeling van het werk van de individuele studenten. De winnaar van dit jaar toont ons dan ook dat een goede theoretische basis ook een goede voedingsbodem is voor verschillende soorten van samenwerking en cross-mediale projecten.
Tijdens het juryberaad kwamen er twee namen boven drijven van kandidaten die het best blijk gaven van de capaciteiten om theorie en praktijk met elkaar op een zinvolle manier te integreren. Mede omdat deze twee kandidaten al eerder tot een vruchtbare samenwerking zijn gekomen, heeft de jury besloten dit jaar dat twee studenten de Gilbert de Bontridder prijs mogen delen.
We hebben gekozen voor: Chaim van Luit en Joep Vossebeld.
De installatie van Joep Vossebeld is geïnspireerd op de zogenaamde Zone: een onheilspellend, onbekend terrein uit de film Stalker van Andrej Tarkovski. In de ruimte van Joep is een still van deze film aan de muur nog de enige overgebleven getuige van de oorspronkelijke installatie die hij hier maakte. Een week voor de opening van de expositie heeft hij deze echter weer afgebroken – omdat het voor hem naar eigen zeggen inmiddels bekend terrein was. Hij was op zoek naar het onbekende. Hij verzamelde een grote lading aan objecten en materialen en assembleerde ze in een halfdonkere ruimte. Hun onderlinge samenhang, soms verassend vanzelfsprekend, dan weer dissonant, laat zich niet vatten in een eindig verhaal. In ‘de zone’ van Joep Vossebeld wordt geen boodschap uitgedragen maar er wordt een eigen vloeiend ritme der dingen ontwikkeld waarbij een continuerende zoektocht naar het ongewisse voelbaar is en de moedige houding dit tegemoet te treden. De combinatie van zijn rigoureuze houding ten opzichte van zijn eigen onderzoek, en zijn bijzonder poëtische hantering van materialen, texturen en structuren wekt bij ons grote nieuwsgierigheid. We zijn erg benieuwd naar zijn toekomstige werk.
Het werk van Chaim van Luit volgt een heel ander proces. In twee monumentale installaties en een video worden we geconfronteerd met zijn formele onderzoek naar oneindigheid. Zijn carrousel uit zwarte latten toont een pulserend spel van aan- en afwezigheid, van de binnen- en de buitenruimte, van licht en donker. In een tweede installatie staan witte latten tegen een muur die op de achterwand een gekleurd licht in de vorm van een driehoek reflecteren. Deze reflectie is ontstaan uit een consequent ritme van primaire en secundaire kleuren. Dit werk wil geen overrompelend spektakel zijn, maar is wel van een onvermijdbare aanwezigheid; het is precies, maar ook ontvankelijk voor omstandigheden. Het werk van Chaim valt op door de grote scherpte in zijn keuzes voor de vorm en context van zijn werk.
Het symposium over oneindigheid, waartoe deze kunstenaars samenwerkten met andere 4e-jaars studenten maakte op ons grote indruk vanwege het samenvloeien van formeel sterke keuzes en het voeren van een regie die leidde tot een meerduidige, maar daardoor niet minder dwingende situatie. Deze samenwerking heeft ons ervan overtuigd dat Joep en Chaim een interessante manier zullen vinden om aan de prijs, die bestaat uit een publicatie, een goede invulling te geven.

© 2011 Dennis Hambeukers
This is the Guesthouse Belvedère 2.0. by Maurer United Architects, a temporary popup restaurant for the ‘Out of Storage’ exhibition in Maastricht. Check out more pictures on my FlickR page. You can find 2 nice movies about the construction here and here.


© 2011 Dennis Hambeukers
This is the office building “De Colonel” near the station in Maastricht by Prof. Hans Kollhoff.


© 2011 Dennis Hambeukers
This is the police station in Vaals designed by Maastricht-based architect Wiel Arets.

© 2011 Dennis Hambeukers
This is a magnifiscent building in the hills of Limburg, finished in 1968. It is designed by an architect who became a monk: Father Hans van der Laan (1904-1991). He dedicated his life to the investigation of the fundaments of architecture. He designed a system for spatial design that is called “Het ruimtelijke getal” (The spatial number). He wrote his architectural theory in his book “De architectonische ruimte” (The architectonic space) in 1977. The Spatial Number is comparable to something like the Fibonacci numbers and the Golden Section, but with this difference that’s not linear or two dimensional but three dimensional! The abbey in Mamelis is his theory built in stone. Everything is designed with utmost care and attention in this abbey, even the books are especially designed for the space:

See more pictures of this Abbey designed by the architect-monk Dom Hans van de Laan on my FlickR page.
Also check out this font that he designed “Alfabet in Steen”.
Dom Hans van der Laan is the central figure of the “Bossche School”. This is a philosophy on architecture that is still being used today. A contemporary architect like Han Westelaken is said to be inspired by its ideas. Although he doesn’t use the ‘Plastic Number’ to determine the composition of his buildings, he is inspired by its form and design.